Mijn tweede trip
door Rudi Brosens
Mijn tweede trip
Na een maand op de Pomona doorgebracht te hebben begon na drie weken het bij mij
weer
te kriebelen..
TEMSE
Na het verlof terug naar het rattenkot maar ik had mijn lesje geleerd, ditmaal
ging ik aanmonsteren als dekboy in plaats van koksmaat.Dan had ik betere uren en
mocht mee werken aan dek om nadien lichtmatroos te worden.Na wat gedopt te
hebben in het rattekot was het dan zo ver ondergetekende was aangemonsterd op de
m/s Temse, een mineraalschip gemeerd in Rotterdam.

ROTTERDAM
Dus terug een minibusje in en toen we aankwamen in de Botlek moest ik slikken,
elf luiken en in totaal ongeveer 300m roest met het kasteel (brug en woonruimte)
achteraan en dat dreef nog. De gangway was ook de moeite en dat was klimmen want
41.452 bruto ton en 22.500 PK leeg in het water is niet niks. Eenmaal aan boord
was het niet zo zeker dat ik een goede deal had gedaan om dekboy te worden, het
zag er nogal uit van binnen. Later zou ik beseffen dat het normaal was, want een
mineraalschip ligt altijd onder het stof tijdens het lossen of laden. Dit keer
had ik een kajuit voor mezelf. Ze was twee en een halve meter breed en een vier
meter diep. Als je binnen kwam had je direct links een kleerkast met daarnaast
het bed en aan de rechterkant een lavabo met toiletkastje een beetje verder een
bureautafeltje met daarboven een boekenrek. Achter aan de cabine was een
bankstel met daarachter een koperen patrijspoort. De haloway was in een U vorm
en enkel de buitenzijde was ingedeeld in kajuiten want in het midden van het
kasteel bevond zich de machinekamer. Aan bakboordzijde lag ik met de matrozen en
de wipers en aan stuurboordzijde lagen de stewards, koksmaat, bakker en de
cabinboy's. Nadat ik alles had uitgepakt, ging ik naar mijn werkplek. Mijn mess
lag één verdieping hoger dan het dek en gelijk met het achterdek, dat was twee
verdiepen hoger dan onze kajuiten. Indeling was ook zoals beneden: bakboord mess
en smookroom matrozen ,midscheeps achteraan de keuken, stuurboord mess en
smookroom officieren in het midden de machinekamer. De mess matrozen was
ongeveer acht op acht meter met twee tafels waar 14 man per tafel kon zitten. De
restroom was ongeveer zes op vier meter met aparte tafeltjes en zetels met
kettinkjes eronder (om ze aan de vloer vast te maken bij stormweer. Naast het
doorgeefluik van de keuken stond mijn aanrecht, de ijskast en een grote
waterboiler om koffie en thee te maken. Op de mokken, borden, asbakken en het
bestek stond overal het logo van de rederij (UBEM) op. En de schalen waar de
groenten en het vlees in werden gedaan waren een soort achttien acht. Er waren
twee deuren en een dubbele deur, één gaf toegang tot de haloway, de andere gaf
uit op de traphal en de buitendeur van het achterdek en de dubbele deur was er
om de smookroom af te sluiten. Omdat de mess op gelijke hoogte met het achterdek
was hadden wij daar rechthoekige ramen zoals we ze kennen van de overzetboten.
Mijn job was s'morgens om 06:30 beginnen met eerst koffie en thee zetten, om
07:00h de matrozen en bootsman wekken, zorgen dat er eten op tafel stond want
ontbijt, middageten en avondeten serveren was er ook bij. Eten deed ik samen met
het keukenpersoneel, de steward en cabinboy's om 08:30h. Voor de rest moest ik
de haloway benedendeks, douches en wc's kuisen en ook de bootsman zijn kajuit
(bed op dekken papiermand ledigen en kuisen) en dan de mess niet te vergeten..
Tijdens de stand-by ( binnenlopen van een haven en aanmeren) moest ik aan dek
zijn, en tijdens mijn vrije uurtjes na de middag mocht ik aan dek nog wat
overuurtjes kloppen. De bemanning was het einde, ( ik) had 7 Spanjaarden, 1 van
Honduras, 1 van Chili en 3 Walen als matrozen en wipers. De bootsman was van
Russische afkomst. De kok daartegen was Belg evenals de koksmaat, de cabinboy's
en de chef steward, de bakker was Spaans en één van de stewards ook. Een
prachtige tijd zou beginnen en er heerste een enorme vriendschap onder elkaar.
ZEE
Toen we Nederland verlieten wisten we dat we naar Chili zouden gaan, maar daar
hield het op. Familie diende de post op te sturen naar de rederij op de
Mechelsesteenweg en die zou het ons achterna zenden want zelfs wij wisten het
verloop van de reis niet. Tijdens de reis was ik goed bevriend geraakt met de
koksmaat (Fik) evenals met de cabinboy's (Swa en Danny), we hadden ongeveer
dezelfde ouderdom en elke avond zaten we wel hier of daar samen in een kajuit
naar muziek of franse of Brusselse moppen te luisteren. Ook Bouboul was van de
partij samen met de bakker, Bouboul was de steward van de kapitein, met hem zou
ik later nog eens op een ander schip zitten. Intussen hadden we al haar tot op
de schouders (jaren 70) en bij gebrek aan een kapper bleef dat groeien. Een van
de matrozen en de lichtmatroos waren "anders", als zij 's avonds door
de haloway naar de douche gingen, paradeerden die echt en ik kreeg zo nu en dan
een kusje toegeworpen. Tot op de dag van vandaag weet ik nog altijd niet of dit
echt gemeend was, maar ik voelde me er toch niet lekker bij. Onze bootsman had
zich ook al populair gemaakt bij mij. Als een Spanjaard naar de wc ging, had die
altijd de gewoonte om niet met z'n kont maar wel met zijn voeten op de bril te
zitten en in gehurkte houding zijn behoefte te doen. Op zich niet erg maar dat
moet ge eens proberen in een storm. Het resultaat was dat de wc's na enkele
lozingen alles behalve proper waren, en daar was mijn bootsman niet over te
spreken. Ik vroeg hem dan of ik er met de emmer moest naast gaan staan, en toen
begon hij over de douchegordijnen die vuil waren precies of het was mijn schuld
dat die wipers zo'n vetzakken waren. Alles werd dagelijks gekuist en een keer op
een dag leek me wel genoeg, maar onze boots begon te koken, grabbelde mij vast,
stak mijne kop in de wc pot en trok door. Op het voorschip stonden verschillende
golfbrekers op het dek die bij zwaar weer de golven ook echt diende te breken.
Bij zwaar weer richtte de voorsteven zich helemaal op om zich nadien in het
water te boren. Door haar lengte voelde we dan 3 of 4 schokken van het aantal
golven waar het schip zich in boorde. Eenmaal de voorsteven terug uit het water
kwam, boorde de poep (achtersteven) zich in het water. Bij zo'n weer bleven de
matrozen binnen en diende zij andere karweitjes op te knappen zoals
schilderwerken. Persoonlijk genoot ik van zwaar weer en begon ik ook de haloway
te kuisen, blootsvoets gooide ik dan een emmer water met groen zeep door de gang
en begon ik te schuren. Het resultaat was dat ik meer aan het surfen was dan
kuisen, tot ik eens tegen hoge snelheid tegen de vlakte ging en te pletter sloeg
tegen het einde van de haloway. Nieuwe regel: niet meer kuisen bij zwaar weer
met water, enkel nog met een uitgewrongen dweil. 's Morgens als het service
(ontbijt) was, nam ik de bestellingen van de matrozen op. Zij konden kiezen uit
verschillende soorten eieren: ommelet natuur, special (met ingrediënten van de
vorige dag BV boontjes of aardappelen) een scrambleigg (roerei), spiegelei,
gekookte eitjes of een skipper (gerookte vis). Langs een doorgeefluik met de
keuken riep ik dan de bestellingen door naar de bakker die ze klaar moest maken.
Omdat de bakker een Spanjaard was, gebeurde dit in het Frans.une omlet speciale,
deux oeufs sur le plat deux oeufs brollé 2 minute et demi, werden dagelijkse
kost. Terwijl de heren zich al te goed deden aan boterhammen met confituur of
kaas vulde ik dan de koffie of de theekan bij. Als de eitjes op tafel kwamen,
grepen ze gretig naar de ketchup en klopten op de omgedraaide fles tot je het ei
bijna niet meer zag liggen. Het resultaat was dat na twee dagen mijn rantsoen
ketchup uitgeput was en ik dan moest wachten tot de week erop voor ik nieuwe
ketchup kreeg. Omdat er geen ketchup meer was smaakte de Spanjaarden hun ei niet
meer en kreeg ik al de verwijten in het Spaans en het Frans naar mijne kop
gegooid. Eén keer in de week kwamen we ( cabineboy's, stewarden, koksmaat en
ikke) bijeen aan de locker. De locker was de ruimte waarvan enkel de
chiefsteward de sleutel van had en die verzegeld werd bij het binnenlopen van
een haven. Ze stak vol drank, sigaretten, aftershave, zeep en alle kuisgerief,
smaakmakers zoals tabasco, ketchup, mosterd etc. Wij moesten ons rantsoen voor
de week komen halen en met twee flessen ketchup moest ik rond komen. Ondanks het
feit dat ik de chief smeekte om meerdere flessen te geven, hield hij voet bij
stuk. Intussen was ik de verwijten beu geworden en zou ik het die mannen wel
eens afleren om zich vol te proppen. Boven in de mess aangekomen, haalde ik een
lekje ketchup uit de nieuwe flessen en vulde deze bij met tabasco. Terwijl de
matrozen één na één binnenkwamen en de bestellingen doorgaven, bediende ik
met een uitgestreken smoelwerk de heren op hun wenken. Ik had er wel voor
gezorgd dat de bewerkte ketchup bij de Spanjaarden stonden, en een geleend
kletske van de officieren mess voor de Walen. Na enkele minuten was het weer
zover, grabbel, klop klop en dan snel doorgeven. Na de eerste hap heb ik daar
zeebonken zien wit groen en rood worden, en op dat moment heb ik moeten rennen
voor mijn leven. Gang in, gang uit, trappen op tot op de brug, tot de woede een
beetje bekoeld was. Het resultaat was bevredigend want ik had mij laten gelden.
De flessen gingen langer mee en ik had een soort van respect afgedwongen.'s
Middags bij het warm eten kregen we twee flesjes bier per man. De Spanjaarden
trokken de stoppen eraf met de achterkant van hun vork en dronken het eerste
flesje in een teug uit zoals ze ginder wijn drinken. Zonder te slikken en met
hun hoofd achterover lieten ze het flesje een halve meter boven hunne mond
leeglopen in hun strot. Bij wijze van grap had ik eens een flesje terug gevuld
met water, de stop er terug op geslagen (die is onbeschadigd als je die er af
trekt met een vork) en terug in de ijskast gelegd tussen de andere. Tijdens het
eten stond ik dan te zien wie de winnaar zou zijn. Plotseling zag ik Garcia een
bek trekken terwijl hij aan het gieten was en hij proestte het uit recht in het
gezicht van Honduras die recht tegenover hem zat. Voor mij was het startschot
gegeven en spurte ik weer weg door de gangen om de twee woeste matrozen voor te
blijven. Maar mijn demarrage was niet gelukt want toen ik van de mess de haloway
wou inspringen, botste ik met mijn voorhoofd tegen de bovenste deurstijl. Het
resultaat was dat ik knock-out op de grond lag met een gapende hoofdwond. Het
had één voordeel en dat was dat ik een pak slaag misliep. Boven de keuken op
het achterdek was een zwembad dat gevuld was met zeewater. Als het schip niet te
veel rolde (van links naar rechts) of stampte ( van voor naar achter) kon je er
zalig in vertoeven. Zo konden we onder de vrije uurtjes 's middags een duik
nemen. Of we gingen gewoon op het foorpick (boegdek) liggen zonnen. Door haar
lengte hoorde je daar zelfs de machines niet en de stilte was uniek. Op de rug
liggend naar een prachtige blauwe hemel kijkend zonder één wolkje was zelfs
iets waar we op het vaste land maar kunnen van dromen.
PANAMA CANAL 08/12/71
Aan het Panama kanaal gingen we voor anker, er dienden op de voorsteven aan
beide zijden stellingen gezet te worden waar een uitkijk in verbinding met walky
talky's zou zitten gedurende de doorvaart.Die bak was wel zo groot dat het een
huzarenstuk was om die naar de andere kant te krijgen, en voor zover ik weet is
de Temse er slechts één keer doorgevaren. Onze eerste haven was Huasco in
Chili maar onze thuishaven zou Wakayama in Japan worden. Deze reis zou ons
uiteindelijk naar Chili, Japan, Canada, Nieuw-Zeeland en Australië leiden.
ZEE
Hup, terug de wijde oceaan op, de zee werd er niet rustiger op. Intussen had ik
ook geleerd dat je bij zwaar weer de volgende procedure in acht moest nemen.
Elke tafel had aan de zijkanten latten die je naar boven kon draaien zodat je
een rand kreeg, die moesten er voor zorgen dat er niks van de tafel gleed. De
tafel werd als volgt gedekt: eerst een tafellaken, platte en diepe borden,
bestek, een schaal met gesneden brood, en dan de smaakmakers zoals tabasco,
ketchup, wurchester sauce, mosterd etc. Er werden twee soepterrinen op tafel
gezet zodat ze zelf hun soep konden pakken. Met zwaar weer echter rijsde mijn
hele opstelling van links naar rechts of op een hoopje. De cabinboy heeft me
toen wijsgemaakt dat ik eerst mijn tafellaken moest besprenkelen met water en
dan de tafel dekken. Waarachtig, hij had nog gelijk ook, doordat het tafellaken
vochtig was bleef het aan de tafel plakken. Naargelang het weer was mijn
tafellaken dus vochtig of zeiknat en bij echt zwaar weer dronken de meeste
matrozen hun soep uit mokken. De Temse liep op haar beste 19 knopen en dan
trilde het hele schip, een rechtstaand flesje tabasco draaide dan gewoon rond.
De patrijspoorten had ik ook al onder handen genomen, met de nodige vim gemengd
met ca va seul en wat azijn waren die van groene met verf besmeurde ramen
omgetoverd tot schitterende koperen ramen. Hoe langer aan boord hoe sneller het
werk ging, behalve met de feestdagen. Dan mochten de matrozen en de wipers in
t'bed blijven liggen maar wij moesten eruit. In plaats van dan iedereen te
wekken moest ik gewoon om 8 uur beginnen met koffie en thee te zetten, de tafel
te dekken en dan maar wachten tot de heren zin hadden om te komen eten. Rond
negen uur mocht ik dan afruimen al zat er gewoonlijk dan nog wel de ene of de
andere te eten, maar éénmaal de keuken dicht was het gedaan. In tegenstelling
tot mezelf en de cabinboy's die alleen maar de service moesten doen en de afwas,
was het voor het keukenpersoneel met die dagen een dag als een andere en hadden
ze soms nog meer werk dan op gewone dagen. Soms gebeurde het ook dan we een
shutdown hadden, dat wilde zeggen dat om één of andere redenen het schip
gewoon stuurloos lag te dobberen op volle oceaan. Wat daarom de oorzaken waren
weet ik niet meer, maar ik herinner me dat dit verschillende keren gebeurd is op
die 7 maanden en 10 dagen dat ik aan boord was. We gebruikten deze stille moment
om te vissen en de bakker had samen met de kok het plan opgevat om op groot wild
te jagen. Een sterke koord met daaraan een leeg plastiek vat en een waaier van
enkele meters met aan het uiteinde een vleeshaak met een groot en ik bedoel dan
ook een groot stuk vlees. Na verloop van tijd kwam er toch beweging in deze
opstelling. De koord werd met enkele zwieren over de velg van de winch geworpen
en we zagen het vat enkele keren ondergaan. Toen we met z'n allen aan het koord
begonnen te trekken, was onze buit al gaan ritsen. Het vlees was weg, samen met
de haak en een stuk van de waaier. Misschien nog een geluk want een vis die zo'n
opstelling in zijn kast slaat kunde beter niet aan boord moeten hijsen. Spijtig
dat we nooit geweten hebben welk soort het was.

HUASCO 15/12/71
Toen we aanlegden en de luiken hadden opengedaan ging mijn dagelijks leventje
binnen, zijn gewone gang. Als 's avonds alles gedaan was, gingen we aan wal
samen met de wiper Chico en Honduras. We moesten door middel van een taxi bootje
aan land gebracht worden en het vroegste bootje 's morgens kon ons pas om 07:00h
terug naar de Temse brengen Toen we door het dorp gingen, leek het wel of we in
een spaghettiwestern gestapt waren. De weg was onverhard met zeer hoge borduren
en een massa kleine huisjes die tegen elkaar aanleunden. Spelende kinderen
werden van de straat geroepen door hun moeders en de deuren knalden dicht. We
leken begot wel de bende van Billy the kid naast elkaar wandelend in het midden
van de weg. Je had een hoofdweg (waar wij op liepen) en dan nog wat kleinere
straten waar alles vol gebouwd was met kleine huisjes. Enkele hadden een
verdieping maar de meeste kon je vergelijken met onze oude werkmans woninkjes.
De meeste waren wit gekalkt en de ramen en deuren waren in het rood, groen of
blauw geschilderd. Een winkel of café herkende je door de schildering op de
muur want van neon of een etalage was hier geen sprake. Buiten het dorp boven op
een berg was de dancing gevestigd en die leefde van de schepen in de haven. Dat
viel je direct op door de neon reclame en het vele volk dat er rondliep. We
duikelden er binnen en de ruimte was vrij groot. Alle tafeltjes waren bezet,
maar rond de dansvloer stond ook nog een hele rij stoelen waar we plaats namen.
Ik herinner me niet meer dat de muziek life was of niet. In ieder geval er was
ambiance en het duurde niet lang of er zat een plaatselijke schone op mijne
schoot. Ze keurde me van boven tot beneden en vroeg of ze iets mocht drinken.
Ondanks mijn grote gestalte voor mijne ouderdom ( 1,92m) had ze toch door dat ik
jong was. Chico en Honduras zaten links naast mij en waren in gesprek met enkele
schonen terwijl de cabinboy's en de bakker en koksmaat de remmen hadden
losgegooid op de dansvloer. Zij zaten al langer op zee en dat zag je aan het
feit dat ze zich na 10 minuten overal thuis voelde, terwijl ik probeerde te
verstaan wat dat lieve kind tegen mij aan het zeggen was. Buiten bambino
verstond ik er geen zak van en een poging om in het Engels te beginnen, liep ook
al op een sisser uit omdat Engels blijkbaar niet in haar opleiding had gezeten.
Honduras had het in het snuitje dat ik met een communicatie probleem zat en de
brave borst zou mij wel even ( van de kant in de sloot) helpen. Hij speelde even
tolk en de kennismaking ging in rasse schreden vooruit. Intussen was ik aan mijn
eerste lessen Spaans bezig. Datgene dat ze niet met handgebaren kon zeggen,
vertaalde Honduras dan tegen mij en mijn antwoorden zei hij dan terug in mijn
oor. Na ongeveer een half uurtje en enkele drankjes vroeg ik hem hoe je haar
moest zeggen dat ik haar aantrekkelijk vond, en weer kreeg ik het antwoord in
mijn oor gefluisterd. Terwijl ik perfect herhaalde wat ik gehoord had, zag ik
haar gezicht vertrekken, kreeg een klap in mijn gezicht en stond zij op punt weg
te gaan. Honduras en Chico bulderden het uit van het lachen en terwijl ze iets
zeiden tegen het meisje begon ook zij te lachen. Zelf zat ik daar met een rode
kaak en kon helemaal niet meer volgen. Ik had netjes tegen haar gezegd wat er
mij voor gezegd was maar onze vriend Honduras had mij laten vertellen dat ik
haar best mooi vond met haar varkenssnuit en kraaloogjes. Dat was dus de laatste
vertaling die hij voor mij gedaan had en het meisje gaf me te kennen dat zij mij
wel Spaans zou leren. Terwijl ze me verschillende woorden leerde ging ze zelf
ook op onderzoek uit en hadden we Honduras of Chico niet meer nodig. Die avond
heb ik een hele hoop geleerd en niet alleen Spaans.Intussen had iedereen
gezelschap en het éne rondje volgde na het andere. De coebaliebres vloeide
rijkelijk en de sfeer en mijn Spaans gingen erop vooruit. Het was tegen
middernacht aan dat we met z'n allen de zaak verlieten, en buiten stonden een
hele hoop Chilenen die ons drugs probeerden te slijten. Omdat we daar niet op
reageerden werden ze zelfs opdringerig. Na een hevige reactie van mijn gezellin
haalden ze toch bakzeil en lieten ze ons gerust. De taxi's stonden naast elkaar
te wachten op klanten. De chauffeurs kwamen naar ons toe gestormd en aan de arm
trekkend probeerden ze ons als klant te winnen. Na enkele minuten afdingen
vonden we dan toch de nodige taxi's. Het waren oude sleuren van auto's die met
moeite de berg op konden maar ze brachten ons waar we moesten zijn. Terwijl we
het voertuig verlieten, spraken we een uur en een prijs af om ons te komen
ophalen om ons terug aan boord te brengen. Om 6 uur zaten we met z'n allen op de
steiger te wachten tot de taxiboot zou vertrekken. 's Morgens waren we om 07:15
uur terug aan boord en ondanks onze korte nacht moest de job gedaan worden. Bij
ons middag eten ( ik at altijd samen met het keukenpersoneel en de stewards en
cabineboy's aan de tweede tafel in mijn mess) kwamen de details boven water en
hoe goed het wel was geweest. We zouden na de service nog een wandeling gaan
maken aan de wal en vanavond eens vroeg gaan slapen. In de namiddag bleek er
echter niks te beleven in Huasco, het lag er helemaal verlaten bij en alles wat
iets kon verkopen was gesloten. Dit bleek dan de beruchte siësta te zijn die
zijn aanvang nam op de middag en duurde tot 16 uur. Er bleef ons niets anders
over dan er maar een toeristische uitstap van te maken, maar buiten een hoop
gesloten huisjes en de bergen in de omgeving was er niets te zien. Tegen dat de
siësta gedaan was, moesten wij ons werk ook weer hervatten en alles in
gereedheid brengen voor de avondservice. Naarmate het later werd kwamen wij ook
onze vermoeidheid door en voor we het wisten stonden we weer met zen allen
netjes opgekleed aan de gangway om de beentjes weer te strekken. Zo ging dit 2
dagen en nachten door tot we weer het ruime sop kozen in de richting van Japan.
ZEE
De post van thuis was intussen al weeral gelezen en mijn brieven waren ook al
weeral richting België verstuurd ( veel werk hadden ze niet met mijne post. In
de havens werden verschillende dingen gewisseld zoals leesboeken en speelfilms,
we hadden een soort van bibliotheek aan boord waar je hetzij beperkt toch wel
kon kiezen uit verschillende onderwerpen. Als alles gezien was, werd de kist van
boord gebracht en kwam er een nieuwe aan boord. De voorbereidingen voor de
feestdagen werden genomen, het was immers bijna kerstmis. Terwijl de hitte
onmenselijk was en we ons met alles en nog wat behielpen om toch een frisse
bries te krijgen was ik een kerstboom aan het zetten. De mess werd helemaal
versierd met slingers en kerstlampjes tegen het plafond. In mijn brief van 24
dec '71 schreef ik dat ik 2 overuren had gekregen voor de versiering en dat het
's avonds cinema zou zijn met onder de pauze een aperitiefje. De speelfilms
werden gedraaid door de electrieker die dan eerst een hele opstelling kwam maken
in de mess van de officieren en nadat iedereen had plaats genomen de
voorstelling begon. Zo hebben we allemaal zitten kijken naar de musical van vier
uur met Barbara Streisand. Met nieuwjaar voeren we langs de eilandengroep van
Hawai en onze marco moest dubbel uit zijn pijp komen om de wenstelegrammen te
versturen en te ontvangen. Omdat er geen rechtstreeks contact was met Oostende
Radio moest alle berichtgeving via de Pomona naar Belgie en andersom.
WAKAYAMA 10/01/72
Onze aankomst in Wakayama was ook al speciaal, binnen de kortste keren was de
smookroom volgepropt met elektronica vanuit die tijd. Radio's, tv's, aanstekers,
kalenders en allerhande souvenirs, je kon het niet bedenken of het was er. 's
Avonds werd alles terug opgeladen in de bestelwagen om terug te voeren naar de
winkel. We waren aangemeerd aan de steenkoolkade en toen we s'avonds een stapje
in de wereld gingen zetten volgden we op goed geluk iets wat op een straat leek.
Na ongeveer 15 minuten kwamen we een woning tegen en we gingen daar de weg
vragen, een man in kimono kwam open doen en hij sprak zoveel Engels als wij
Japans (noegabolle dus). Met veel handgebaren probeerden we hem duidelijk te
maken dat we een taxi zochten om naar de stad te rijden. Gelukkig had hij het
begrepen maar voor hem zat er blijkbaar ook niet beters op dan ons te
vergezellen tot op de grote baan (in kimono en op sleffers) en aldaar een taxi
te laten stoppen. Na ongeveer weer een dikke 10 minuten bereikten we de grote
baan en de eerste taxi stopte al juist nadat onze weldoener zijn hand op stak.
Na een gesprek met de chauffeur vertrokken we dan richting city. We werden
ergens afgezet temidden de stad aan een klein straatje vol neonverlichting. Hoe
we er beland zijn, weet ik nu nog steeds niet maar op een gegeven moment hadden
we een cafeetje gevonden waar we de rest van ons verblijf in Wakayama altijd
naar toe zouden komen. Een goede zes meter breed met links een lange toog,
rechts enkele tafeltjes en stoelen en achteraan nog een ruimte met een lage
ronde tafel zonder stoelen. De oudere dame achter de toog die tevens de bazin
bleek te zijn werd Mama Sang genoemd en de meisjes die er werkten bleken
gezelschapsdames of geisha's te zijn. Zakenmannen kwamen in de achterste ruimte
hun werk uit de voeten te doen terwijl hun eten gevoederd werd door een meisje.
De koksmaat, cabinboy en ikzelf hadden onze stek gevonden, en na verslag uit te
brengen aan boord ging zelfs onze wiper Chico en de bakker mee. We hadden voor
alle veiligheid een luciferdoosje met de naam en het adres van Mama Sang erop
meegenomen, zoals we ook van in het begin een papiertje hadden meegenomen met
onze ligplaats. Taxi's die ons van de ene naar de andere plaats brachten, kregen
of een papiertje of een luciferdoosje onder de neus geduwd. Om een lang verhaal
kort te maken, voor ons was dit "de place to be", en het klikte zo
goed met ons en de mensen daar dat na ons tweede bezoekje de deur achter ons op
slot ging als we binnenkwamen. Chico had zijn hart achter de toog verloren en
met de glimlach waste hij de glazen af en deelde vochtige doekjes uit aan de
mensen die van de wc kwamen. Elke keer dat je van de wc kwam kreeg je een warm
vochtig doekje om je handen te reinigen (bleek een traditie te zijn in Japan).
Met de meisjes kwamen we nog het beste overeen nadat ze met de Japanse mannen
gedaan hadden kwamen ze bij ons zitten. Taal problemen werden overwonnen met
veel handgebaren, terwijl ze veelvuldig knikte met de nodige é's geluiden
wisten we dat ze ons begrepen. We hielden ons vrij kalm, en we probeerden hun de
naam van ons schip, onze naam en vanwaar we kwamen te zeggen. Dit nam op zich al
een halve nacht in beslag en na veelvuldige rondjes ( van zowel Japanse als
Belgische kant) begonnen we zelfs dubbel te wijzen. Toen we na enkele dagen
geladen waren met steenkool vertrokken we de wijde zee weer op.
ZEE
Na enkele dagen wisten we dat we naar Vancouver in Canada gingen. Alle dagen
werden in alle messrooms de klokken enkele minuten vooruit of achteruit gezet
naargelang de positie van het schip om ons zo weinig mogelijk last te laten
hebben van het tijdsverschil. Op 23 Januari kwamen we op zee de Minerale St.
Laurent tegen, een ander schip van de UBEM. Terwijl we beiden een rondje
draaiden werd er bij wijze van groet onze Belgische vlaggen gehesen. De Minerale
moest ook naar Vancouver en beide schepen voeren op een afstand van 50m naast
elkaar richting Canada. Intussen was het beginnen sneeuwen en op het dek lag een
3 cm dik tapijt.
VANCOUVER 27/01/72
In Canada moesten we nog van de 27 ste Januari tot de 3de Februari voor anker
gaan want ondertussen was de afstand tussen ons zo groot geworden dat de
Minerale St. Laurent achterop lag, en die kreeg voorrang op ons om te laden.
Vancouver is een wereldstad en er heerste ook een hoge criminaliteit in de late
of vroege uurtjes. Ze bestaat uit vijf delen die 1 a 2 km van elkaar liggen. Je
hebt Vancouver Oost, West, Noord, Zuid en City. Op een dag waren we aan het
wandelen niet zo ver van de haven toen we werden tegen gehouden door de politie.
De sheriff vroeg ons wie we waren, wat we gingen doen en of we geld bij hadden.
We legden hem uit dat we zeelui waren en iets wilden gaan drinken. Na controle
van ons paspoort vroeg hij ons in zijn wagen te stappen want hij zou ons wel een
lift geven. Iets verderop op de baan bevond zich een truckerscafé en daar ging
hij met ons een koffie drinken. Het was er eentje zoals uit de Amerikaanse films
en nadat we het eerste rondje betaald hadden verliet onze vriend de zaak
(checken of we wel geld hadden?). Een biertje ging er ook wel in maar dat werd
enkel gegeven bij eten, dus bestelde we maar french fries (frieten) tot het
langs onze oren eruit kwam. Omdat we er enkele dagen lagen, was ook dit weer het
plaatsje dat we veel bezochten. We leerden ook daar nieuwe mensen kennen zonder
dat de deur achter ons op slot ging dit keer. Voor de rest hebben we ook nog de
zoo bezocht in het Stanly Park en iets gaan eten in een restaurant en dat was
het dan ( geen nachtelijke uitspattingen).
ZEE
Het was alles behalve rustig op zee. We hadden weer 4 dagen storm op onze nek
Alles wat niet goed vast zat kwam los. De tweede nacht kwamen ze mij om 5uur
wekken omdat er een reddingssloep losgeslagen was. Ik moest direct de matrozen
wekken om de boel terug in orde te brengen. Telkens we de Fujiyama zagen, wisten
we dat we weer bijna in Wakayama waren, hij toornde hoog boven het eiland uit en
naargelang het weer kon je dan de besneeuwde bergtop zien.
WAKAYAMA 21/02/72
De volgende haven was terug Wakayama. 's Avonds netjes gewassen ( scheren moest
ik me nog niet) met de nodige 4711 op onze kin terug de taxi in richting Mama
Sang. Toen we de zaak betraden werden we met veel vreugde ontvangen, en ik
hoorde Mama Sang zelfs onze naam zeggen. We namen we plaats op een kruk aan de
toog terwijl we de nodige handjes moesten schudden van de aanwezige klanten.
Blijkbaar waren die de vorige keer ook aanwezig want een brede glimlach en de
buigingen maakten ons duidelijk dat ze ons kenden. Ditmaal hielden we het gewoon
bij bier, want de saké was ons de vorige keer niet goed afgegaan rijstwater of
niet. Terwijl één van de gheisha's in gezelschap was van een Japanner, kwam de
andere bij ons zitten. Haar naam was Aiko (dit is ook de enige naam die ik me
nog herinner), ze zat tussen de Fik en mij in en maakte ons duidelijk of we soms
iets wilde eten. We bestelden nog wat bier en Aiko verliet de zaak om eten te
halen terwijl we ondertussen ons bezig hielen met de stamgasten. Na ongeveer een
kwartiertje was ze terug met ons maal, en zette zich terug tussen ons. Zonder
een woord te wisselen begon ze ons te voederen zoals het ginder een traditie is,
maar voor ons was het wel nieuw. Met stokjes en een servet eronder gaf ze zowel
de Fik als ik eten, en het enigste wat we zelf moesten doen was kauwen en
slikken. Na het eten en de nodige drank begon het al plezanter te worden, Het
was weer een stuk in de nacht toen we weer in de taxi stapten richting kade. De
dag daarop waren we weer van de partij.. Na vier dagen ( en nachten) van plezier
en leute was het weer de hoogste tijd het zeegat te kiezen.
ZEE
Na vier dagen Japan te hebben verlaten in de richting van Australië was het 's
avonds prachtig weer. Om 19:00h had ik gedaan met werken en om kwart na lag ik
al in het zwembad te spartelen tot een uur of halfnegen. De vierde stuurman ging
door het leven met de bijnaam OXO en omdat hij me moest laten wekken 's morgens
had ik hem gevraagd mij te wekken om 4 uur, dan had ik nog even om een frisse
duik te nemen. Hoe dichter we Australië naderden hoe heviger de zon scheen en
omdat een van de matrozen een zonneslag had gekregen had de eerste stuurman de
opdracht gegeven van de matrozen om 3 uur te wekken in plaats van 6 uur. Ze
werkten dan tot 11 uur waarna ze vrij waren tot 15h en om 18h hadden ze gedaan
met werken, dus ik moest nog vroeger uit mijne nest. Soms lagen we enkele dagen
voor anker te wachten tot we konden aanmeren, en dan gingen we vissen. Tijdens
de vrije uren in de dag gewoon met visdraad met een stevige haak en een stukje
vlees, s'avonds lieten we een cluster (lamp) zakken tot op ongeveer een meter
van het water. Na een beetje geduld zag je allerlei soorten vis naar de lamp toe
zwemmen, en onze vislijn was natuurlijk ook niet ver uit de buurt. Zeeslangen,
zeeschildpadden om u tegen te zeggen en allerlei vis in verschillende vormen die
ik nog nooit gezien had passeerden de revue. De indrukwekkendste soort die er
gevangen was, is een zeeslang van ongeveer anderhalvemeter en een zandhaai. Bij
de zeeslang kwam onze bakker het achterdek op gelopen met een schuurborstel en
al roepend attention dangereux ging hij het beestje te lijf met de borstel.
PORT HEDLAND 7/3/72
Toen we uiteindelijk tegen de kade lagen, gingen we een stapje in de wereld
zetten. Veel stappen konden we niet want om 23h sloten alle cafés hun deuren.
Port Hedland was eigelijk maar een klein stadje, op de gekende manier van de
flying doctors en er was in de schroeiende hitte weinig te zien. Onderweg kwamen
we een hamburgkotje tegen en de naam van de eigenaar wees erop dat hij van
Duitse afkomst was net als de rest, want elke Australiër heeft wel een Europese
origine behalve de aboriginals dan. We moesten niet zover lopen want op de grote
baan rechtover het strand bevond zich een heuse dancing. Het golfplatendak
rustte op palen en in het midden ervan was een grote dansvloer. 's Avonds
speelde er een band de nummers van de Beatles, Rolling Stones en noem maar op.
Er waren twee togen met achter elke toog een hele resem frigo's waar de
bierkuipen koud gehouden werden. In de aangevroren kuipen van anderhalve liter
werd het bier getapt en zo kon je zelf je glazen vullen en bleef het bier fris.
Zoals overal in die landen werd na het laatste nummer het Engelse volkslied
gespeeld en kon iedereen opkrassen. Als de laatste buiten was, liet men de
ijzeren rolluiken zakken en kon iedereen slapen. Gewoonlijk zag je dan op weg
naar het schip nog wel één of ander gevecht, want drinken zonder aflappen
konden ze daar niet.'s Anderendaags na de middag gingen we met z'n allen nog
iets drinken in onze stek want om 19:00h zouden we afvaren. Alle matrozen,
stewards, cabinboy's, bakker, koksmaat, elektrieker, 2 machinisten, de vierde
officier en ikzelf zaten weer met de gekoelde kruiken te genieten, terwijl het
meer dan behoorlijk warm was. Om 21h kwam de marco ( radio-operator) aandraven,
hij probeerde zo goed en kwaad mogelijk om ons mee te krijgen. Hij moest en zou
eerst één meedrinken voor we zouden meegaan. Intussen hoorden we de
scheepshoorn blazen klaar voor de afvaart, doch zonder marco mocht deze niet het
ruime sop kiezen. Om ons mee te krijgen, dronk hij dan toch nog een glas mee
maar veel van genoten had hij niet want binnen de kortste keren stonden er
ongeveer 4 patrouille wagens voor de tent. Als vee zijn we dan naar het schip
gedreven en kon de afvaart doorgaan. Dat onze ouwe er de pest in had zijn we
toen wel gewaar geworden, want elk weekeind was het inspectie. Dat die er geen
gras over liet groeien bewees het feit dat hij met witte handschoenen tussen de
sleuven van de airco ging om te zien of er stof tussen zat. Nu moet je weten ik
had 3 van die bakken in de mess hangen, 3 in de smookroom en één in mijn
kajuit. En door die bakken kwam of koude of warme lucht die van buiten werd
aangezogen. Terwijl heel die bak (schip) onder een laag mineraalstof van drie
centimeter lag, moest ik maar zorgen dat er geen stof in de airco zat. Je zou
meer succes hebben met een vis te leren praten dan het stof buiten te houden. Er
was één troost ik was niet de enige die geviseerd werd, bijna iedereen aan
boord.
ZEE
Intussen waren we weer de wijde oceaan op richting Kashima. Tijdens mijn vrije
namiddag uren mocht ik mee het dek op om echt matrozenwerk te doen. Met ontbloot
bovenlijf en een repel stof als zweetbandje rond mijn hoofd moest ik het dek
tjippen ( een toestel met ronddraaiende hamertjes) en als je weet hoe metaal op
metaal klinkt, kan ik je verzekeren dat mijn oren tuutten en niet omdat ze
ergens over mij bezig waren. We begonnen op het foorpick (boegdek) en als alle
roest eraf gestjipt was, werden de kale plekken met rode mening geschilderd.
Nadien kwam de groene bovenlaag erop met de rol over de hele foorpick (boegdek).
De reling moest van roest ontdaan worden door met kettingen overeentweer te
trekken. De roest viel er af waarna er weer mening op kwam en nadien de witte
eindlaag. Toen na enkele dagen het boegdek gedaan was, moesten we het poepdek
(achterdek) doen. Als dat dan uiteindelijk ook gedaan was, konden we aan de rest
beginnen. Na de laatste service zaten we weer bijeen in de kajuit van de
cabinboy te luisteren naar Franstalige kleinkunst. Terwijl iedereen straffe
verhalen over thuis en zijn lief had, moest ik inbinden. Tenslotte was ik al bij
al nog een braaf manneke dat nog altijd met zijn ouders op vakantie ging naar
Transinne, een dorpje in de Ardennen. In Ekeren waar we toen woonden had ik geen
vrienden op twee schoolmakkers na en van de meisjes was ik als de dood. Ik had
helemaal geen problemen met de vrouwen aan de wal in de vreemde, maar thuis
begon ik rood aan te lopen als een meisje nog maar goedendag zei. Het enige
straffe dat ik deed dat ik thuis was, was met geld zwieren en zuipen dat de
stukken eraf vlogen. Dus ik hield me maar gedeisd en probeerde de schade te
beperken door over mijn Waalse vrienden en onze uitstappen te vertellen. Er was
niks van gelogen want ondanks dat ik redelijk braaf was reed ik auto en motor op
14 jarige leeftijd in de Ardennen, zelfs van de ene kroeg naar de andere. Op een
ochtend zware controle. De ouwe met den éérste ( eerste stuurman) en een
matroos doorzochten mijn kajuit, daarna kwamen de koksmaat en de cabinboy's ook
aan de beurt. Bleek dat er een hoop schalen van de zg 18/8 gestolen waren en wij
waren blijkbaar verdacht. Zo idioot waren we niet om op volle zee potten en
schalen te stelen, waarom trouwens? Om over boord te gooien? . Nadien kwam de
aap uit de mouw, we werden nog maar eens uitgenodigd bij de ouwe waar we te
horen kregen dat ons haar te lang was en dat we elke avond samenhokten. We
moesten in de eerste en beste haven naar de kapper want we leken wel janetten.
's Avonds grote vergadering want we waren in ons kruis gepakt. Op een en
dezelfde dag beschuldigd worden van dief en janet was te veel van het goede, we
zouden de ouwe een lesje leren. Dag daarop 06:30h de matroos van wacht kwam me
wekken maar ondergetekende bleef liggen. 07:30h iedereen kwaad want niemand was
gewekt door mij. 08:00h matroos van wacht aan mijn bed met de vraag waarom ik
nog niet op was, als antwoord gaf ik hem dat half zeven geen uur was, en dat een
janet graag in t'bed lag. 09:00h de ouwe aan mijn bed met dezelfde vraag, dus
gaf ik hem hetzelfde antwoord een draaide me om in mijn bed. Rond 9:30 uur
kregen we dan toch verontschuldigingen, ons haar moest er niet af en we waren
geen janetten meer. Natuurlijk was ik niet de enige die blijven liggen was, want
ook de keuken, mess officieren en de captains mess zaten zonder personeel.
KASHIMA 1/4/72
Japan, er werd wat verschoven onder de bemanning maar veel beter werd ik er niet
op. Onze ouwe ging samen met de tweede machinist terug naar ons vaderland en
onze nieuwe die we kregen had meer weg van een dictator. Je mag niet vergeten
dat wij allemaal al gedurende 6 maanden onze werk deden zoals onze vorige ouwe
het wou en nu kwam onze nieuwe heel ons werkschema eens efkens overhoop zetten.
ZEE
Het spreekwoord nieuwe bazen, nieuwe wetten werden wij wel gewaar en inspectie
waar we vroeger weinig last van hadden (uitgezonderd die twee weken na Port
Hedland) werd wekelijkse kost. Daar stond hij dan met witte handschoenen aan en
ik moest hem op de voet volgen. Hij veegde dan over de deurrand, keek en knikte
goedkeurend. Dan ging hij met zijn vinger tussen de rooster van onze
airconditioning zag dat zijn handschoen vuil was en vroeg dan aan mij:" Wat
is dit?" Met mijn antwoord dat we net de haven verlaten hadden en we de
smeerlapperij van buiten binnen kregen omdat alles nog in de aanzuig zat bleek
geen invloed te hebben op zijn mening. Hij nam een notitie boekje en krabbelde
er wat in. So what? Ging hij me naar huis sturen misschien?
PORT HEDLAND 11/4/72
Op een middag gingen we ( de bakker, cabinboy, koksmaat en ik) winkelen in het
plaatselijk winkelcentrum, het was de moment om inkopen te doen die er aan boord
niet waren. Onze bakker kocht zich een bak bier, waarvan de verpakking bestond
uit karton, dit om het verhaal te kunnen volgen. Onderweg stopten we ergens om
nog iets te gaan drinken op een terrasje. Nadat we iets later vertrokken in de
richting van de kade hoorden we achter ons geroep en getier. Er volgde een
discussie van jewelste met een groepje van de plaatselijke bevolking. We werden
beschuldigd van het stelen van hun bak bier terwijl we zagen dat ze zelf toch
ook een bak hadden. Van het één kwam het ander en er volgde een gevecht in
regel, waarbij de bakker met zijn bak boven zijn hoofd rond zwaaide en op één
van de aanvallers zijn hersenpan sloeg. Plots klonk het geluid van brekend glas
en dat kon niet want de bakker had blikjes gekocht, en zijn eerste woorden waren
het is niet mijne bak. Terwijl hij stond te kijken naar het bier dat uit de
karntonnendoos op de grond vloeide escaleerde het gevecht, en kwam de sheriff
zich bemoeien. Met twee wagens ter plaatse moesten de bakker en de koksmaat de
jail in samen met enkele heetgebakerde tegenstanders, terwijl wij de raad kregen
om zonder omweg aan boord te gaan. Aan boord ging het leven zonder bakker en
koksmaat gewoon door, maar het bleef aan me knagen en ik vond heel de arrestatie
onterecht. Na het werk 's avonds gingen we maar terug aan wal richting dancing,
waar het onderwerp van het gesprek de arrestatie van onze vrienden was. Naarmate
het bier vloeide, rijpte er bij mij ook een plan om te pogen onze vrienden uit
den bak te klappen. Rond 22:00h met veel ingedronken moed begaf ik mij samen met
de cabinboy naar het politiebureel om eens een klapke te doen. Het politiebureel
was niet zover van ons vandaan en bestond uit een gebouw met een verdiep.
Onderaan tussen de steunpalen stonden de patrouillewagens en iets later zou ik
kunnen kennis maken met de achterbouw. Een grote man in piekfijn uniform stond
met gekruiste armen te kijken tussen de wagens hoe we er kwamen aangedweild.
Terwijl ik eerst deftig begon over de arrestatie van onze vrienden probeerde de
vriendelijke man ons af te wimpelen. Toen begon ik mijn argumenten wat kracht
bij te zetten door uit te leggen hoe de vechtpartij eigelijk begonnen was.
Terwijl ik hem lichtjes duwde om te laten zien hoe onze tegenstanders begonnen
waren en met de nodige uitleg dat ( en ik nam zijn hemd) ze de koksmaat zijn
hemd open scheurde, mocht ik, terwijl zijn hemdsknopen op de grond rolden,
hardhandig mee naar het arrestatielokaal. Dat lokaal bleek een klein kamertje te
zijn met een toogje, en terwijl ik er op leunde en probeerde een verklaring te
geven voor mijn gedrag werden de papieren in orde gemaakt, naam, adres, naam
schip etc Ik moest mijn zakken leegmaken en er werden vingerafdrukken genomen.
Tenslotte moest ik nog een document ondertekenen en konden ze me de doos in
draaien. Nadat ik het document getekend had, bleek een heel deel van de brave
man zijn administratie om zeep, omdat ik op de toog had geleund met mijn
onderarm op het stempelkussen bleek zowat alles waar ik op geleund had vol inkt
te hangen inclusief een hoopje papieren. Onder een luid gevloek werd ik dan over
de koer achter het gebouw naar mijn logement gebracht. Het cellenblok was gewoon
een gebouw in twee delen links voor de mannen en rechts voor de vrouwen. De
voorkant was afgesloten met tralies en binnenin waren nog eens 6 cellen die men
apart kon afsluiten en waar onze belagers opgesloten zaten. Nadat ik een matras
toegewezen kreeg en na het weerzien van men vrienden, kwam de aap uit de mouw.
Heel dit gebeuren berustte op een misverstand want onze tegenstanders bleken op
hetzelfde terrasje ook iets gedronken te hebben en zij hadden wel een bak met
flesjes gekocht. Bij het vertrek moet de bakker hun bak genomen hebben waarna ze
erachter kwamen dat er een omwisseling gebeurd was. Omdat we niet reageerden op
hun geroep en we het platte Australisch niet machtig waren, volgde het gevecht
ter verovering van hun eigendom. Nog even deed ik dan mijn verhaal van
gesprongen knopen tot stempelkussen en legde me dan op de grond om te genieten
van een rustige nacht vol gesnurk gekuch en gezucht.'s Morgens werden we gewekt
door een hels lawaai. Een sheriff stond met een pollepel en een pot in het
midden van de koer te rammelen of zijn leven er van af hing. Iedereen die nog op
zijn matras lag, sprong op en rolde die op tegen de tralies van de binnencellen,
terwijl ik daar nog mee bezig was spoot een enorme waterstraal de ruimte proper.
Onze wekker zijn collega's hanteerden de brandweerslang als volleerde
brandweerlieden en ook de vrouwenblok ontsnapte niet aan hun kunnen. Dwaas keek
ik rond mij terwijl één der agenten een resem broden door de tralies aangaf.
Aan de muur die de vrouwen van de mannen scheidden was een echt aanrecht gemetst
met vuur en al. De houtblokken brandden gretig en de eerste eitjes werden
gebakken in een grote pan, mijne kop stond er niet naar en ik heb het ontbijt
maar overgeslagen. Op onze vraag om de kapitein van onze situatie op de hoogte
te brengen kregen we als antwoord dat deze het al wist maar er voor de rest in
berustte. Nog een poging om het consulaat in te schakelen bleek ook negatief.
Hier zaten we proper. Na wat socialysen met de plaatselijke boeven over het
waarom ze vast zaten, werden we na de middag uit de cel gehaald en in een
politiebusje naar de rechtbank gevoerd een stad verderop. In de rechtszaal
schrok ik me een hoedje want ik dacht in een film van Peter Pan te zijn
terechtgekomen. De rechter zat in zijn zwarte toga op zijn verhoog inclusief met
witte pruik, en las de beschuldiging voor die voor ons drie dezelfde was NL
openbare dronkenschap en geweldpleging. De sheriff die naast ons stond fungeerde
als onze verdediger en deed heel het verhaal. Uitspraak 4 dollar boete en een 1
maand voorwaardelijk met uitstel. Op de terugweg vertelde de agent ons dat dit
snelrecht was omdat we aan boord niet gemist konden worden en dat ons het
eerstvolgend jaar best gedeisd konden houden. Bij aankomst in het politie bureel
kregen we onze spullen terug en waren we vrij. Intussen was het al in de vroege
avond en in plaats van aan boord te gaan, gingen we eerst nog wat drinken in de
dancing waar gezien het vroege uur nog geen orkest zat. We zetten ons aan een
tafel met een gekoelde kruik bier en wie kwam er aangewaaid? Een collega
bajesklant die ook net het pension mocht verlaten. Hij zat nogal krap en wou me
best zijn horloge wel verkopen voor 5 dollar. Het leek me een goede deal want
het was een automatiek met chronometer. De five box verhuisde snel van broekzak
en ik was weer bij de tijd. Eenmaal aan boord werden we uitgenodigd bij den ouwe
(kapitein) want ondanks het feit dat hij ons had laten stikken was hij toch
wakker gebleven tot we veilig aan boord waren. Na een fikse bolwassing met het
dreigement van de zak (ontslag) en op eigen kosten de vliegreis te betalen
gingen we gedwee naar onze kajuit. De volgende ochtend ging alles z'n gewone
gangetje met wat commentaar van de boots en de matrozen.
ZEE
In een brief van 17 April '72 schrijf ik dat we misschien naar Wakayama zouden
gaan en van daar misschien naar Peru, maar voor ons was dit allemaal van horen
zeggen. En werd veel verteld, zelfs dat we nadien misschien terug naar Rotterdam
gingen. Ik was ook de Japanse taal aan het leren en was fier dat ik in het
Japans al een taxi kon bestellen. Ta ku schi po you de ku da sai dat wou zoveel
zeggen als kunt u een taxi voor mij bellen? Maar voor zover ik weet is er voor
de rest niet veel van in huis gekomen. Intussen was ik ook aan het
corresponderen met ome Leo. Ome Leo was een broer van mijn grootmoeder die jaren
geleden geemigreerd was naar Australië. De familie had er eigelijk geen kontact
meer mee, maar sinds mijn schrijven begon dat terug te lopen als een trein. Hij
schreef me dat ik hem maar eens moest komen opzoeken als ik in Port Hedland was,
want dat was (slechts) 300km bij hem vandaan. Helaas heb ik de kans nooit gehad
om dat waar te maken, maar de band was wel een heel stuk aangetrokken.
WAKAYAMA 21/04/72
Weer aan dek voor de stand-by. Het schip tegen de kade leggen werd voor mij
routine en iedereen wist perfect wat hij moest doen . De ivinglinen werpen was
ook een sport op zich. Een ivingline was een koord met op het uiteinde een
gevlochten bol die gevuld was met een zakje zand, het had de grote van twee
biljartballen. In bepaalde landen moest je goed uitkijken als de ivingline terug
geworpen werd, want er waren kerels bij die gooiden om te raken. Gewoonlijk
gebeurde dit nadat we per ongeluk ( hmm) een auto geraakt hadden op de kade. De
Spanjaarden waren in ieder geval bedreven in het mikken en ik heb er veel zien
weg duiken.
Iedere keer weer kwam onze vriend weer aangezeuld met zijn koopwaar en hij
toverde mijn smookroom iedere keer weer om tot een makro. We kenden ondertussen
elkaar zo goed dat onder de middag er ook wel wat eten af kon. Als tegen
prestatie kreeg ik dan een aansteker of wat korting op zijn prijzen, wat me
ertoe dreef om een draadloze microfoon te kopen. Hij werkte op batterijen en op
de FM frequentie van een gewone radio. Die dingen zijn nu de normaalste zaak
maar toen in de tijd was er hier nog geen sprake van.'s Avonds was het weer tijd
om te stappen en het ging steevast naar de richting van Mama Sang.
ZEE
De sfeer in de haloway benedendeks was altijd hetzelfde. De eerste dagen na het
vertrek uit een haven waren om 19 uur alle kajuiten gesloten en sliep zowat
iedereen, maar na de tweede dag hoorde je terug leven tussen het monotoon geluid
van de scheepsmotor. De Spanjaarden waren altijd bezig met brieven schrijven,
muziek luisteren of de kajuit kuisen want proper waren ze wel ( behalve op het
gemak). Hun kajuit was altijd kraakproper en dan zaten ze gewoonlijk in short
met ontbloot bovenlijf naar olé muziek te luisteren. Regelmatig hoorde je ze
dan ook paizano tegen elkaar roepen wat niet minder betekende dan landgenoot. Na
enkele dagen op zee begon ik mijn nieuwe speelgoed ( de draadloze microfoon) moe
te worden, het nieuw was er af en na enkele tijd had ik die al eens bij wijze
van grap in de één of de andere zijn kajuit gelegd. Het geronk van de
scheepsmotoren en het gekraak van een korte golfontvanger waren mijn eerste
gekaapte uitzending. Nadat ik dan een wandeling met mijn ontvanger had gemaakt
over het hele schip kwam ik te weten dat dat ding toch wel een vrij lange
afstand overbrugde en er rijpte een nieuw plan. 's Avonds prutste ik de kop eraf
en demonteerde mijn microfoon. Er zaten twee batterijen in, een printplaatje met
enkele componenten met daaraan een draad (antenne) en de microfoon zelf. Wat zou
dat ding nu doen als ik de microfoonkop er af liet en de twee draadjes zou
verbinden met mijn platenspeler? De platenspeler was een kleine combinatie van
radio en platenspeler en na wat gepruts kamen de eerste noten door de radio. De
eerste vrije radio was geboren "Radio Temse Internationaal" en vanuit
mijn kajuit werden de eerste muziekuitzendingen de ether in gestuurd. Het nieuws
ging als een lopend vuurtje en als ik in de lucht zat stonden alle
transistorradio's aan boord steevast op Radio Temse. Veel werd er niet gezegd
want het was allemaal zo praktisch in elkaar gezet dat er met knoppen moest
geswitcht worden om de microfoon te gebruiken. Zelfs tijdens mijn werk moest ik
soms na 20 minuten naar beneden om de plaat om te draaien, maar zoals ik al zei
het was zeer amateuristisch en zonder regelmaat dat ik toen in de lucht zat.
Waar ik wel goed op lette was dat als we een haven binnenliepen de uitzendingen
gestaakt werden, om te voorkomen dat we een of andere instantie op onze nek
zouden krijgen. In ieder geval ging dat ding met mij overal mee op welk schip ik
ook zou belanden.
KASHIMA 23/04/72
Zoals in elke haven trouwens kwam de stuurman langs met de geldlijst. Dat was de
lijst waarop de namen van de bemanning stonden en waar ze moesten opzetten
hoeveel van de plaatselijke valuta ze wilden. In dit geval was het yen en de
koers was toen geloof ik 7 yen voor één Belgische frank. Deze lijst werd dan
aan de scheepsagent meegegeven en tegen dat we goed en wel aan de kade lagen,
volgde de uitbetaling waarna je de lijst moest aftekenen voor ontvangst.
In de dag tijdens onze vrije uurtjes gingen we wat wandelen in de stad.
Er was juist een bruiloft bezig en dat was mooi om zien, prachtige gekleurde
gewaden en een bruid die je niet herkende onder de dikke laag witte smink en
opgestoken kapsel. Het was in de traditionele klederdracht met het nodige
vuurwerk en tromgeroffel. Nadien zijn we ergens iets gaan eten maar dat bleek
dan ook weer niet zo simpel te zijn. De uitgestalde gerechten hadden helemaal
niets met onze voeding te maken en je kon er zelfs geen naam op plakken.
Je zag veel maar wist niet wat het was, wit, rood, roze en een soort van
slaatje, na wat gewijs van dat wil ik en de rekening hebben we HET dan maar
opgegeten.
ZEE
Op zee was ook de locker zegelvrij en konden we naar hartelust dingen bestellen
waar we behoefte aan hadden. Meestal ging het over sigaretten, afther shave ,
zeep, shampo etc. De heren officieren mochten dan nog sterke drank bestellen
alles tax free. Om een voorbeeld te geven: een pakje sigaretten kostte ons toen
7 frank. Als we geladen waren, lagen we ook een pak dieper in het water en
regelmatig was ik dan ook door de geopende patrijspoort naar buiten aan het
turen, terwijl op 15 cm onder mij de golven voorbij zoefden met de blauwe
vlammetjes erin van de statische elektriciteit. De patrijspoort draaide naar
links open en moest je dicht doen met twee vleugelvijzen. Het stormluik echter
was een blinddeksel dat aan een ketting omhoog hing. Bij extreem zwaar weer
moest je de patrijspoort goed aandraaien, het stormluik naar beneden laten en
deze ook nog eens met twee vleugelmoeren aandraaien zodat als het glas toch
moest breken het blinddeksel zou voorkomen dat je water binnen kreeg. Als men op
de brug wist dat het zou gaan rammelen dan werden we verwittigd en moest één
der matrozen de benedendekse kajuiten inspecteren en zien of alles goed
aangedraaid was. Op een avond was ik gaan slapen met mijn deur op de hendel dat
was een beugel die de deur 10cm openhield en als je de deur op slot draaide kon
ook de beugel er niet uit. De patrijspoort had ik open gelaten want het was weer
een van de vele keren dat de airco niet werkt. Doordat mijn patrijspoort open
stond en de deur op de hendel waaide een zwoele bries door mijn kajuit. Na
enkele uren van diepe slaap werd ik met een klap wakker. Versuft stak ik het
licht aan en keek verdwaasd rond, alles dreef in mijn kajuit. Goed en wel tot
het besef gekomen wat het was, volgde de tweede golf door mijn patrijspoort
binnen. Zo snel ik kon, wipte ik mijn bed uit en deed de patrijspoort dicht. Na
de vijzen goed aangedraaid te hebben, kon ik mijn kajuit beginnen droog te
maken. Na een uurtje dweilen kon ik dan toch uiteindelijk terug m'n nest in.
Aanleiding tot deze gebeurtenis was het draaien van de wind wat maakte dat de
golven van de zijkant kwamen in plaats van van voor. In plaats van te stampen
begon het schip te rollen en dat maakte dat we natuurlijk nog dieper het water
ingingen met de romp. Nu mijn patrijspoort dicht was, was het net of ik een
wasmachine in de kajuit had staan. De afstand tussen de patrijspoort en de
scheepsromp bedroeg ongeveer 6 cm en omdat het schip in beweging was, maakte het
water een draaiende beweging tegen het glas en dat was niet éénmaal maar kon
dagen aanslepen. De paar keer dat we echt onze stormluiken moesten dicht doen
waren de moeite. Alles wat maar los stond, schoof of vloog dan door de kajuit.
Moet je niet vragen hoe het bij de ouwe en zijn gevolg er aan toe ging. Hun
kajuit was een pak hoger gelegen dan de onze en de bewegingen boven waren erger
dan beneden. Toen het weer dag was en de oceaan iets kalmer was geworden,
besloot ik een stapje aan dek te wagen. Aan de achterkant van het dek had je
twee deuren en een trap omhoog naar het achterdek. De (storm)deuren waren
gesloten, de één gaf toegang tot de traphall en de tweede naar een of andere
locker waar de trossen in opgeslagen waren. Om binnen te gaan moest je via een
opstapje omdat het deurgat ovaal was maar aangezien deze door het zware weer
gesloten waren, had ik besloten om via het achterdek te gaan. Toen ik op het dek
gelijk met de voorkant van het kasteel stond te kijken, boorde de Temse zich in
het water. Terwijl de foorpick (boeg) zich helemaal in het water boorde, voelde
je de schokken van de daarop komende golven die te pletter sloegen op de
golfbrekers van het dek. Na een drie of viertal schokken richtte ze zich weer
helemaal uit het water op, waarbij het water over het dek naar achter stroomde.
We hebben het hier over een lengte van bijna 300m dus tegen dat het water van de
voorkant naar achteren was, was het ongeveer 30cm diep. Ik spoedde me naar de
stormdeur en ging op het opstapje staan terwijl ik me aan de zware deurhendels
vasthield om droge voeten te houden. Terwijl ik daar op dat opstapje stond, zag
ik het water steeds stijgen. Ik had mijn uitstap slecht geplant. Alles gebeurde
binnen enkele seconden, ondergetekende stond daar op dat opstapje, water kwam
naar achter gerold, water kon niet weg omdat dat plaatsje een inham was en ik
voelde het water aan mijn knieën, rug, nek en tenslotte zat ik helemaal onder
water. Ik hield mij met ingehouden adem krampachtig vast aan de deurhendels
terwijl het water dan toch gedeeltelijk terug in zee stroomde en een ander deel
terug naar voor stroomde ( want hij boorde zich weer in de golven). Dit had maar
enkele seconden geduurd maar ondergetekende had zijn les voor de toekomst wel
geleerd. In een wip en een knip stond ik terug op het achterdek, had de
stormdeur achter m'n gat dicht gegooid en stond te druppen in de traphal. Op
zo'n moment is er altijd wel iemand die zoiets in het snuitje heeft. Terwijl ik
me probeerde mooi te praten met het excuus dat ik dacht dat de matrozen buiten
bezig waren en ik ze wou gaan roepen voor de koffie time kreeg ik een ferme
bolwassing van de boots. Daarna mocht ik me gaan omkleden. Natuurlijk waren er
geen matrozen met zwaar weer buiten bezig maar ik moest toch iets verzinnen om
mijn stommiteit te verdoezelen.
PORT DAMPIER 02/05/72
De haven in Nieuw Zeeland bestond uit een aanlegsteiger in de vorm van een T
waar slechts één schip kon liggen. Terwijl wij voor anker lagen te wachten tot
de douane en de scheepsagent het administratieve gedeelte uit de doeken deden,
lagen de slepers op enkele meters van ons te dobberen. De bemanning daarvan zat
zich onledig te vervelen en de pelikanen te koeioneren. Ze sneden vissen in
twee, maakte de twee helften met een koordje van een halve meter aan elkaar vast
en wierpen die in het water. De pelikanen vlogen er als gek op af slokten de vis
op en hingen dan aan elkaar vast. Met veel gefladder kwam dan toch de ene of
andere pelikaan vrij terwijl die gasten zaten te brullen van het lachen. Wij
zaten geamuseerd toe te kijken nadat we de trossen hadden klaargelegd en
wachtten op de stand-by. In verhouding tot de andere havens zouden we er maar 2
dagen verblijven. Aan de wal ben ik daar niet geweest want het leek er gene
vette en ook al omdat de Engelse cultuur heerstte, was ik wel wat voorzichtiger
geworden. De tweede dag, iets na de middag, was ik met de afwas bezig toen heel
het schip begon te daveren. Dit zou de eerste keer zijn dat ze proef draaiden
terwijl we nog vast lagen. Toen ik op het achterdek aankwam om te kijken of er
schroefwater was, zag ik iedereen van de steiger weg hollen. Het water kabbelde
enorm en we konden er kop of staart aan krijgen wat er precies gaande was. De
machinisten waren ook al uit hun lood geslagen, zij voelden het gedaver maar al
hun meters stonden op nul behalve die van de turbines dan want die zorgden voor
elektriciteit en warm water. Nadien bleek het om een aardbeving te gaan. Het was
dus daarom dat de dokwerkers het wereldrecord lange afstand probeerden te
verbeteren. Het was daar maar een saaie bedoening en we brachten de meeste vrije
tijd door op het achterdek met een vislijntje. Luiken dicht, stand-by en wij
terug weg in de richting van onze Japanse vrienden.
ZEE
Op zee alles rustig dit maal en zowel de matrozen als ik zelf waren nog altijd
bezig met de rode mening en de groene deklaag. Intussen was er van de roestbak
die we betraden in Rotterdam niet veel meer over, de relingen zagen mooi wit en
het dek had een mooie groene graskleur. Eerst hadden we zoals je weet het
foorpick (boegdek) gedaan met daarna de poep (achterdek), intussen waren we
bezig met het tussendek ( tussen de boeg en de poep) en het kasteel moest ook
nog gebeuren, dat terwijl op de boeg alweer de eerste roestvorming begon. Gedaan
met op de handdoek te liggen of te spelen in het zwembad, alle dagen stonden er
overuren op het dek op het menu. Fik onze koksmaat krijgt geen post meer van
zijn lief en hij denkt het ergste, de kok zijn vrouw is gaan lopen met een
Engelsman. Ze heeft de auto en de huissleutels aan de kok zijn vader gaan
afgeven en het via hem laten weten. De Robert (lichtmatroos) zijn lief heeft het
ook afgezegd in een brief en de Michel (matroos derde klas) zijn verloofde heeft
geschreven dat hij ook terug naar huis moet komen.
WAKAYAMA 13/05/27
Nadat we goed en wel vastlagen was er onze vriend weer met heel zijne winkel, en
mijn smookroom was helemaal weer in zijn handen. We waren onderhand al wel
voorzien van radio's tot tv's, maar iedere keer had hij wel een nieuwigheidje
bij. De matrozen waren intussen bezig op dek de luiken te openen. De luiken
werden opengetrokken door een waaier op een winch. Die waaier rustte op palen
met een wiel, die ervoor zorgde dat de waaier over de opengeschoven luiken hing,
omdat men slechts over één winch beschikte om de luiken te openen. De waaier
hing dan van paal naar paal in slappe toestand over dek of op een van de
geopende luiken. Terwijl de matroos net de waaier had vastgemaakt en rechtop
staand de andere matroos teken deed om het luik open te trekken, was er een of
andere Japanse dokwerker met zijn voeten op de waaier gaan staan. Terwijl de
matroos nogal heftig aan de hendel van de winch trok spande de waaier zich
razendsnel op tussen de palen. De dokwerker werd in de lucht geslingerd en kwam
in het dokwater terecht. Binnen de kortste keren hadden ze hem uit het water
gevist en met een ziekenwagen naar het hospitaal gevoerd. In de dag ging alles
zoals altijd met dat verschil dat zo nu en dan iemand al eens een dagje verlof
nam om aan wal te blijven.'s Avonds was er voor ons slechts één adres: Mama
Sang.
ZEE
Terug de zee op. We dachten dat we eindelijk Peru zouden aandoen maar na een
paar dagen bleek het ons vertrouwde Huasco te zijn. Dat zouden weer twee zware
nachten worden van coebaliebres en gedurende twee dagen geen slaap. 's Avonds
stond ik op het achterdek naar de duisternis te staren. In de donkere hemel zag
je hier en daar een vallende ster en in het schroefwater zag je de blauwe
vlammen van de statische elektriciteit. We vierden feest, waarom weet ik niet
meer maar er werd op geen frank gezien. Er was een constructie gemaakt om via de
winch een speenvarken te laten ronddraaien op een houtskool vuur. Met het nodige
bier en sterke drank kwam de moed erin. Op een gegeven moment zaten we allemaal
op stoelen in een cirkel rond het varken, de kok gaf het beestje de nodige saus
en wij allemaal zingen "schele vanderlinden". Het liedje van schele
vanderlinden was eigenlijk een refrein waar iedereen op toer een stroof moest
invullen waarna de ganse bende de stroof herhaalde. Zo hoorde je bv: schele
vandelinden was nog maar twee jaar ( den heel de bende: twee jaar) en op zijn
kloten had hem al ne bos met haar ( dan weer heel de bende) en dan het refrein.
Er werden natuurlijk niet alleen schunnige liedjes gezongen maar ook de nodige
zeemansliedjes. Hoe bruiner het varken hoe zatter de opvarenden, en ditmaal
waren het niet de matrozen want heel de crew zat er, inclusief onze ouwe. Dit
waren van die momenten waar we toen alleen maar blij waren dat we een feestje
hadden, maar nu heb ik zoiets van " waar is de tijd". Als je op een
beperkte plaats van 300m bij 37m gedurende bijna 7 maanden op elkanders lip zit
zonder elkaar af te maken, kun je spreken van vriendschap. Er werden nog wel
poetsen gebakken, maar als de nood het hoogst was, stond iedereen als één man
achter je.
HUASCO 09/06/72
Weer twee dolle dagen in het vooruitzicht. Eerst even op anker om de paperassen
in orde te brengen. Scheepsagent, douane, haveninspecteur en de dokter, ze waren
er allemaal en de nodige flessen whisky gingen de boekentassen in. De
scheepsagent kwam alles uit de doeken doen in verband met de rederij. De douane
kwamen de locker verzegelen en kijken of we geen smokkelwaar bij hadden (
pornografie of sterke drank). De haveninspecteur kwam de monsterrol inspecteren
en schreef samen met de dokter de walpasjes uit. De dokter zat in de kapitein
zijn bureel en liet iedereen één voor één binnen komen. Je moest de
bovenkant van je handen laten zien en dan de binnenkant. Daarna de broek laten
zakken, leuter omhoog houden, velleke achteruit en dan was het ok. In elke haven
die we aandeden moesten we trouwens onze broek laten zakken in de captains
office. Paske in onze pollen, geld gaan halen en we konden weer op de rol. Er
was altijd wel iemand die moest werken, 's nachts om de trossen te checken,
eventueel een luik te sluiten en voorkomen dat er vreemden in het kasteel zaten.
Je hebt pech of niet maar ik was watchman van dienst. Het kasteel werd
afgesloten met slechts één toegangsdeur open. Dat moest voorkomen dat onze
dokwerkers zich te goed zouden doen aan onze welvaart. Aan boord in de
matrozenmess bevond zich ook de "marinero" een soort politie of
douaneagent die er moest op toezien dat er geen vrouwen werden binnen gesmokkeld
of de locale dokwerkers zich geen toegang tot het kasteel verschaften. Hij
verbleef heel de tijd aan boord en kreeg van ons te eten en te drinken. Terwijl
mijn kameraden zich te goed deden aan bier en ontucht zat ik naar die stomme
trossen te kijken. Gelukkig was het maar voor één nacht anders zou ik nog
ineens niet van mijn geld af geraken. Het was een eindje lopen naar de foorpick
om ook daar de winchen en trossen te controleren, zo ging de tijd dan toch beter
voorbij. Als de shift eindelijk teneinde was ging ik eten en kroop in mijn bed,
het was ongeveer 8 uur. De matrozen moesten die dag hun plan maar trekken in de
mess en dat ze dat goed konden zag je aan de afwas die ze achterlieten nadien.
Goed uitgeslapen vertrok ik dan in de vroege avond met mijn vrienden aan de wal.
Mijn Spaans was er op vooruit gegaan en ik waagde zelfs een dansje. Buiten wat
met mijn kont draaien en de armen zwieren was het gene vette maar ik viel niet
op tussen heel die hoop.
Nadat we in de ochtend weer aan boord werden afgeleverd (na betaling) door onze
taxiboot konden we terug aan de slag. Tegen de avond zouden we terug afvaren en
konden enkelen onder ons weer een paar dagen tot rust komen.
ZEE
Weer heel rustig de eerste dagen. Alle kajuiten gesloten rond 19 uur en buiten
het geronk van de scheepsmotor was het muisstil. Tijdens de dag stond ik nu ook
meer en meer aan dek om mee te werken. Mijn stille hoop was toch nog een
bevordering tot lichtmatroos in de wacht te slepen. De ouwe was wel autoritair
maar toch niet zo slecht, ik begon hem zelfs te mogen. We kregen weer ander weer
want ik lag weer op en neer te glijden in mijn bed, tijd om de patrijspoort te
sluiten. 's Morgens werd ik gewekt door een raar gebonk in de haloway. Ik sprong
uit mijn bed en stond met mijn voeten in het water. Toen ik in de haloway keek
zag, ik op het einde een juffer drijven en die bonkte tegen de lichtmatroos zijn
kajuit. Tijdens het rollen bonkte die van bakboord naar stuurboordzijde en toen
die sukkelaar zijn deur opende dreef de juffer binnen. Snel alle kajuiten
nagezien, maar er stond geen patrijspoort open. Bleek dat het water van de
trappen kwam, dus wij naar boven. Ja inderdaad de deur waar ik me een hele tijd
geleden aan vasthield om niet te verdrinken stond open en het water dat aan over
dek sloeg donderde zo de traphal in. Iedereen was nu toch al wakker van het
kabaal, dus zat er niets anders op de boel maar droog te maken. In de loop van
de dag werd ik nog even uitgenodigd bij onze ouwe op het hoogste verdiep. Hij
probeerde me te doen geloven dat het mijn schuld was, want ik had de deur laten
openstaan. 'k Was er verdomme nog niet geweest die avond. Ik liet hem terwijl ik
ontkende maar in zijn wijsheid en spoedde me terug naar beneden. Tijdens de dag
begon de zee te kalmeren en konden de matrozen hun werk hervatten aan dek. Toen
kwam plots het bericht dat we met z'n allen zouden afmonsteren met uitzondering
van onze ouwe. Alle playmates gingen van de muur en de valiezen werden
ingeladen, er restten ons nog maar enkele dagen te gaan. Iedereen aan boord keek
nu uit naar het vertrek naar België.
WAKAYAMA 05/07/72
Het was zover, onze laatste stand-by op de Temse. Zelfs de matrozen probeerden
eens niks te raken als ze de ivingline naar de wal wierpen. Toen we uiteindelijk
aangemeerd lagen en de luiken open waren gingen we naar de douches om ons op het
vertrek voor te bereiden. Eenmaal gepakt en gezakt zetten we alles in de mess in
afwachting van onze nieuwe crew.
Uiteindelijk kwam er een bus de kade opgereden. De nieuwe bemanning stapte uit
en wij stapten erin.

JAPAN-BRUSSEL
De rit bracht ons eerst naar Osaka waar we instapten voor een vliegreis naar
Tokyo. Daar was het overstappen op de vlucht naar Kopenhagen vanwaar we weer een
vlucht namen naar Brussel. Eenmaal in Brussel aangekomen moesten we natuurlijk
de douane voorbij op de luchthaven. Er was geen grote controle en je zag die
mannen kijken op een manier van " wanneer zit er mijn shift op" tot ze
mij in het vizier kregen. Met een grote sporttas, valies en een grote kartonnen
doos met SONY op, wenkten ze me van even aan de balie te komen en vroegen mij
waar ik vandaan kwam. Mijn antwoord was eerlijk "Japan" en omdat er
geen vlucht vandaar was moest ik uitleggen hoe ik op het vliegtuig van
Kopenhagen kwam. Dus ik deed heel het verhaaltje dat we zeemannen waren en in
Japan afgemonsterd waren. De tweede douane maakte dat hij voor de balie stond en
deed teken dat alle passagiers van die vlucht achter elkaar moesten gaan staan
voor controle. In Wakayama had ik mijn voorzorgen al genomen, want van mijn
platenspeler waren enkele knoppen verwijderd en over het deksel had ik tape
geplakt alsof het deksel gescheurd was. Met mijn versterker en bijbehorende
boxen echter had ik dat niet aan gedaan, waarschijnlijk omdat het de eerste
quadrofonische versterker in Belgie was, ik kon moeilijk doen alsof ik die van
thuis meegenomen had. Daar moest op betaald worden en omdat ik geen geld bij me
had, ben ik nog eens kunnen terug komen om te betalen en dan pas kreeg ik de
installatie mee. Gedurende de hele vlucht had ik geen oog dicht gedaan, en toen
we in Brussel de bus opgingen voor Antwerpen was mijn pijp uit. Toch namen we
nog uitgebreid afscheid van elkaar en spraken we de hoop uit van eens samen te
werken. Op de boulevard nam ik een taxi naar de Paardenmarkt waar mijn moeder
werkte. Het eerste wat die zei toen ik na 7 maanden en 10 dagen binnen kwam in
rubberen botten was:" Ge gaat toch naar de coiffeur, gij" Het feit dat
ik intussen rubberen botten had moeten kopen omdat al mijn schoenen versleten
waren en ze in Japan mijn maat (46) niet hadden, deed ze niks, maar mijn haar
tot over mijn schouders dat kon niet.
Nadien volgden nog de ms Frubel
Prinses Paola, ms Breugel, ms Montalto, ms Frubel Oceania, ms Turandot, de ER
Scaldia, ms Frubel Asia, Ms Teniers.
Uiteindelijk na alle heisa in Lobito (strijd om de machtovername) resulteerde
dit in een rechtszaak met de rederij CMB waarna ik in beroep ben vrijgesproken.
Dit gaf samen met het feit dat ik een meisje had leren kennen de doorslag om te
stoppen.
Electronica en zenden hebben mij na al die jaren blijven achtervolgen tot ik na
de goude periode van vrije radio mijn zendvergunning behaald heb in Brussel en
er nog altijd een beetje radioroom aanwezig is in mijn huis.
Rudi,