Mijn tweede trip

door  Rudi Brosens

 

Mijn tweede trip
Na een maand op de Pomona doorgebracht te hebben begon na drie weken het bij mij weer
te kriebelen..

TEMSE
Na het verlof terug naar het rattenkot maar ik had mijn lesje geleerd, ditmaal ging ik aanmonsteren als dekboy in plaats van koksmaat.Dan had ik betere uren en mocht mee werken aan dek om nadien lichtmatroos te worden.Na wat gedopt te hebben in het rattekot was het dan zo ver ondergetekende was aangemonsterd op de m/s Temse, een mineraalschip gemeerd in Rotterdam.

 

ROTTERDAM
Dus terug een minibusje in en toen we aankwamen in de Botlek moest ik slikken, elf luiken en in totaal ongeveer 300m roest met het kasteel (brug en woonruimte) achteraan en dat dreef nog. De gangway was ook de moeite en dat was klimmen want 41.452 bruto ton en 22.500 PK leeg in het water is niet niks. Eenmaal aan boord was het niet zo zeker dat ik een goede deal had gedaan om dekboy te worden, het zag er nogal uit van binnen. Later zou ik beseffen dat het normaal was, want een mineraalschip ligt altijd onder het stof tijdens het lossen of laden. Dit keer had ik een kajuit voor mezelf. Ze was twee en een halve meter breed en een vier meter diep. Als je binnen kwam had je direct links een kleerkast met daarnaast het bed en aan de rechterkant een lavabo met toiletkastje een beetje verder een bureautafeltje met daarboven een boekenrek. Achter aan de cabine was een bankstel met daarachter een koperen patrijspoort. De haloway was in een U vorm en enkel de buitenzijde was ingedeeld in kajuiten want in het midden van het kasteel bevond zich de machinekamer. Aan bakboordzijde lag ik met de matrozen en de wipers en aan stuurboordzijde lagen de stewards, koksmaat, bakker en de cabinboy's. Nadat ik alles had uitgepakt, ging ik naar mijn werkplek. Mijn mess lag één verdieping hoger dan het dek en gelijk met het achterdek, dat was twee verdiepen hoger dan onze kajuiten. Indeling was ook zoals beneden: bakboord mess en smookroom matrozen ,midscheeps achteraan de keuken, stuurboord mess en smookroom officieren in het midden de machinekamer. De mess matrozen was ongeveer acht op acht meter met twee tafels waar 14 man per tafel kon zitten. De restroom was ongeveer zes op vier meter met aparte tafeltjes en zetels met kettinkjes eronder (om ze aan de vloer vast te maken bij stormweer. Naast het doorgeefluik van de keuken stond mijn aanrecht, de ijskast en een grote waterboiler om koffie en thee te maken. Op de mokken, borden, asbakken en het bestek stond overal het logo van de rederij (UBEM) op. En de schalen waar de groenten en het vlees in werden gedaan waren een soort achttien acht. Er waren twee deuren en een dubbele deur, één gaf toegang tot de haloway, de andere gaf uit op de traphal en de buitendeur van het achterdek en de dubbele deur was er om de smookroom af te sluiten. Omdat de mess op gelijke hoogte met het achterdek was hadden wij daar rechthoekige ramen zoals we ze kennen van de overzetboten. Mijn job was s'morgens om 06:30 beginnen met eerst koffie en thee zetten, om 07:00h de matrozen en bootsman wekken, zorgen dat er eten op tafel stond want ontbijt, middageten en avondeten serveren was er ook bij. Eten deed ik samen met het keukenpersoneel, de steward en cabinboy's om 08:30h. Voor de rest moest ik de haloway benedendeks, douches en wc's kuisen en ook de bootsman zijn kajuit (bed op dekken papiermand ledigen en kuisen) en dan de mess niet te vergeten.. Tijdens de stand-by ( binnenlopen van een haven en aanmeren) moest ik aan dek zijn, en tijdens mijn vrije uurtjes na de middag mocht ik aan dek nog wat overuurtjes kloppen. De bemanning was het einde, ( ik) had 7 Spanjaarden, 1 van Honduras, 1 van Chili en 3 Walen als matrozen en wipers. De bootsman was van Russische afkomst. De kok daartegen was Belg evenals de koksmaat, de cabinboy's en de chef steward, de bakker was Spaans en één van de stewards ook. Een prachtige tijd zou beginnen en er heerste een enorme vriendschap onder elkaar.


ZEE
Toen we Nederland verlieten wisten we dat we naar Chili zouden gaan, maar daar hield het op. Familie diende de post op te sturen naar de rederij op de Mechelsesteenweg en die zou het ons achterna zenden want zelfs wij wisten het verloop van de reis niet. Tijdens de reis was ik goed bevriend geraakt met de koksmaat (Fik) evenals met de cabinboy's (Swa en Danny), we hadden ongeveer dezelfde ouderdom en elke avond zaten we wel hier of daar samen in een kajuit naar muziek of franse of Brusselse moppen te luisteren. Ook Bouboul was van de partij samen met de bakker, Bouboul was de steward van de kapitein, met hem zou ik later nog eens op een ander schip zitten. Intussen hadden we al haar tot op de schouders (jaren 70) en bij gebrek aan een kapper bleef dat groeien. Een van de matrozen en de lichtmatroos waren "anders", als zij 's avonds door de haloway naar de douche gingen, paradeerden die echt en ik kreeg zo nu en dan een kusje toegeworpen. Tot op de dag van vandaag weet ik nog altijd niet of dit echt gemeend was, maar ik voelde me er toch niet lekker bij. Onze bootsman had zich ook al populair gemaakt bij mij. Als een Spanjaard naar de wc ging, had die altijd de gewoonte om niet met z'n kont maar wel met zijn voeten op de bril te zitten en in gehurkte houding zijn behoefte te doen. Op zich niet erg maar dat moet ge eens proberen in een storm. Het resultaat was dat de wc's na enkele lozingen alles behalve proper waren, en daar was mijn bootsman niet over te spreken. Ik vroeg hem dan of ik er met de emmer moest naast gaan staan, en toen begon hij over de douchegordijnen die vuil waren precies of het was mijn schuld dat die wipers zo'n vetzakken waren. Alles werd dagelijks gekuist en een keer op een dag leek me wel genoeg, maar onze boots begon te koken, grabbelde mij vast, stak mijne kop in de wc pot en trok door. Op het voorschip stonden verschillende golfbrekers op het dek die bij zwaar weer de golven ook echt diende te breken. Bij zwaar weer richtte de voorsteven zich helemaal op om zich nadien in het water te boren. Door haar lengte voelde we dan 3 of 4 schokken van het aantal golven waar het schip zich in boorde. Eenmaal de voorsteven terug uit het water kwam, boorde de poep (achtersteven) zich in het water. Bij zo'n weer bleven de matrozen binnen en diende zij andere karweitjes op te knappen zoals schilderwerken. Persoonlijk genoot ik van zwaar weer en begon ik ook de haloway te kuisen, blootsvoets gooide ik dan een emmer water met groen zeep door de gang en begon ik te schuren. Het resultaat was dat ik meer aan het surfen was dan kuisen, tot ik eens tegen hoge snelheid tegen de vlakte ging en te pletter sloeg tegen het einde van de haloway. Nieuwe regel: niet meer kuisen bij zwaar weer met water, enkel nog met een uitgewrongen dweil. 's Morgens als het service (ontbijt) was, nam ik de bestellingen van de matrozen op. Zij konden kiezen uit verschillende soorten eieren: ommelet natuur, special (met ingrediënten van de vorige dag BV boontjes of aardappelen) een scrambleigg (roerei), spiegelei, gekookte eitjes of een skipper (gerookte vis). Langs een doorgeefluik met de keuken riep ik dan de bestellingen door naar de bakker die ze klaar moest maken. Omdat de bakker een Spanjaard was, gebeurde dit in het Frans.une omlet speciale, deux oeufs sur le plat deux oeufs brollé 2 minute et demi, werden dagelijkse kost. Terwijl de heren zich al te goed deden aan boterhammen met confituur of kaas vulde ik dan de koffie of de theekan bij. Als de eitjes op tafel kwamen, grepen ze gretig naar de ketchup en klopten op de omgedraaide fles tot je het ei bijna niet meer zag liggen. Het resultaat was dat na twee dagen mijn rantsoen ketchup uitgeput was en ik dan moest wachten tot de week erop voor ik nieuwe ketchup kreeg. Omdat er geen ketchup meer was smaakte de Spanjaarden hun ei niet meer en kreeg ik al de verwijten in het Spaans en het Frans naar mijne kop gegooid. Eén keer in de week kwamen we ( cabineboy's, stewarden, koksmaat en ikke) bijeen aan de locker. De locker was de ruimte waarvan enkel de chiefsteward de sleutel van had en die verzegeld werd bij het binnenlopen van een haven. Ze stak vol drank, sigaretten, aftershave, zeep en alle kuisgerief, smaakmakers zoals tabasco, ketchup, mosterd etc. Wij moesten ons rantsoen voor de week komen halen en met twee flessen ketchup moest ik rond komen. Ondanks het feit dat ik de chief smeekte om meerdere flessen te geven, hield hij voet bij stuk. Intussen was ik de verwijten beu geworden en zou ik het die mannen wel eens afleren om zich vol te proppen. Boven in de mess aangekomen, haalde ik een lekje ketchup uit de nieuwe flessen en vulde deze bij met tabasco. Terwijl de matrozen één na één binnenkwamen en de bestellingen doorgaven, bediende ik met een uitgestreken smoelwerk de heren op hun wenken. Ik had er wel voor gezorgd dat de bewerkte ketchup bij de Spanjaarden stonden, en een geleend kletske van de officieren mess voor de Walen. Na enkele minuten was het weer zover, grabbel, klop klop en dan snel doorgeven. Na de eerste hap heb ik daar zeebonken zien wit groen en rood worden, en op dat moment heb ik moeten rennen voor mijn leven. Gang in, gang uit, trappen op tot op de brug, tot de woede een beetje bekoeld was. Het resultaat was bevredigend want ik had mij laten gelden. De flessen gingen langer mee en ik had een soort van respect afgedwongen.'s Middags bij het warm eten kregen we twee flesjes bier per man. De Spanjaarden trokken de stoppen eraf met de achterkant van hun vork en dronken het eerste flesje in een teug uit zoals ze ginder wijn drinken. Zonder te slikken en met hun hoofd achterover lieten ze het flesje een halve meter boven hunne mond leeglopen in hun strot. Bij wijze van grap had ik eens een flesje terug gevuld met water, de stop er terug op geslagen (die is onbeschadigd als je die er af trekt met een vork) en terug in de ijskast gelegd tussen de andere. Tijdens het eten stond ik dan te zien wie de winnaar zou zijn. Plotseling zag ik Garcia een bek trekken terwijl hij aan het gieten was en hij proestte het uit recht in het gezicht van Honduras die recht tegenover hem zat. Voor mij was het startschot gegeven en spurte ik weer weg door de gangen om de twee woeste matrozen voor te blijven. Maar mijn demarrage was niet gelukt want toen ik van de mess de haloway wou inspringen, botste ik met mijn voorhoofd tegen de bovenste deurstijl. Het resultaat was dat ik knock-out op de grond lag met een gapende hoofdwond. Het had één voordeel en dat was dat ik een pak slaag misliep. Boven de keuken op het achterdek was een zwembad dat gevuld was met zeewater. Als het schip niet te veel rolde (van links naar rechts) of stampte ( van voor naar achter) kon je er zalig in vertoeven. Zo konden we onder de vrije uurtjes 's middags een duik nemen. Of we gingen gewoon op het foorpick (boegdek) liggen zonnen. Door haar lengte hoorde je daar zelfs de machines niet en de stilte was uniek. Op de rug liggend naar een prachtige blauwe hemel kijkend zonder één wolkje was zelfs iets waar we op het vaste land maar kunnen van dromen.


PANAMA CANAL 08/12/71
Aan het Panama kanaal gingen we voor anker, er dienden op de voorsteven aan beide zijden stellingen gezet te worden waar een uitkijk in verbinding met walky talky's zou zitten gedurende de doorvaart.Die bak was wel zo groot dat het een huzarenstuk was om die naar de andere kant te krijgen, en voor zover ik weet is de Temse er slechts één keer doorgevaren. Onze eerste haven was Huasco in Chili maar onze thuishaven zou Wakayama in Japan worden. Deze reis zou ons uiteindelijk naar Chili, Japan, Canada, Nieuw-Zeeland en Australië leiden.
ZEE
Hup, terug de wijde oceaan op, de zee werd er niet rustiger op. Intussen had ik ook geleerd dat je bij zwaar weer de volgende procedure in acht moest nemen. Elke tafel had aan de zijkanten latten die je naar boven kon draaien zodat je een rand kreeg, die moesten er voor zorgen dat er niks van de tafel gleed. De tafel werd als volgt gedekt: eerst een tafellaken, platte en diepe borden, bestek, een schaal met gesneden brood, en dan de smaakmakers zoals tabasco, ketchup, wurchester sauce, mosterd etc. Er werden twee soepterrinen op tafel gezet zodat ze zelf hun soep konden pakken. Met zwaar weer echter rijsde mijn hele opstelling van links naar rechts of op een hoopje. De cabinboy heeft me toen wijsgemaakt dat ik eerst mijn tafellaken moest besprenkelen met water en dan de tafel dekken. Waarachtig, hij had nog gelijk ook, doordat het tafellaken vochtig was bleef het aan de tafel plakken. Naargelang het weer was mijn tafellaken dus vochtig of zeiknat en bij echt zwaar weer dronken de meeste matrozen hun soep uit mokken. De Temse liep op haar beste 19 knopen en dan trilde het hele schip, een rechtstaand flesje tabasco draaide dan gewoon rond. De patrijspoorten had ik ook al onder handen genomen, met de nodige vim gemengd met ca va seul en wat azijn waren die van groene met verf besmeurde ramen omgetoverd tot schitterende koperen ramen. Hoe langer aan boord hoe sneller het werk ging, behalve met de feestdagen. Dan mochten de matrozen en de wipers in t'bed blijven liggen maar wij moesten eruit. In plaats van dan iedereen te wekken moest ik gewoon om 8 uur beginnen met koffie en thee te zetten, de tafel te dekken en dan maar wachten tot de heren zin hadden om te komen eten. Rond negen uur mocht ik dan afruimen al zat er gewoonlijk dan nog wel de ene of de andere te eten, maar éénmaal de keuken dicht was het gedaan. In tegenstelling tot mezelf en de cabinboy's die alleen maar de service moesten doen en de afwas, was het voor het keukenpersoneel met die dagen een dag als een andere en hadden ze soms nog meer werk dan op gewone dagen. Soms gebeurde het ook dan we een shutdown hadden, dat wilde zeggen dat om één of andere redenen het schip gewoon stuurloos lag te dobberen op volle oceaan. Wat daarom de oorzaken waren weet ik niet meer, maar ik herinner me dat dit verschillende keren gebeurd is op die 7 maanden en 10 dagen dat ik aan boord was. We gebruikten deze stille moment om te vissen en de bakker had samen met de kok het plan opgevat om op groot wild te jagen. Een sterke koord met daaraan een leeg plastiek vat en een waaier van enkele meters met aan het uiteinde een vleeshaak met een groot en ik bedoel dan ook een groot stuk vlees. Na verloop van tijd kwam er toch beweging in deze opstelling. De koord werd met enkele zwieren over de velg van de winch geworpen en we zagen het vat enkele keren ondergaan. Toen we met z'n allen aan het koord begonnen te trekken, was onze buit al gaan ritsen. Het vlees was weg, samen met de haak en een stuk van de waaier. Misschien nog een geluk want een vis die zo'n opstelling in zijn kast slaat kunde beter niet aan boord moeten hijsen. Spijtig dat we nooit geweten hebben welk soort het was.

HUASCO 15/12/71
Toen we aanlegden en de luiken hadden opengedaan ging mijn dagelijks leventje binnen, zijn gewone gang. Als 's avonds alles gedaan was, gingen we aan wal samen met de wiper Chico en Honduras. We moesten door middel van een taxi bootje aan land gebracht worden en het vroegste bootje 's morgens kon ons pas om 07:00h terug naar de Temse brengen Toen we door het dorp gingen, leek het wel of we in een spaghettiwestern gestapt waren. De weg was onverhard met zeer hoge borduren en een massa kleine huisjes die tegen elkaar aanleunden. Spelende kinderen werden van de straat geroepen door hun moeders en de deuren knalden dicht. We leken begot wel de bende van Billy the kid naast elkaar wandelend in het midden van de weg. Je had een hoofdweg (waar wij op liepen) en dan nog wat kleinere straten waar alles vol gebouwd was met kleine huisjes. Enkele hadden een verdieping maar de meeste kon je vergelijken met onze oude werkmans woninkjes. De meeste waren wit gekalkt en de ramen en deuren waren in het rood, groen of blauw geschilderd. Een winkel of café herkende je door de schildering op de muur want van neon of een etalage was hier geen sprake. Buiten het dorp boven op een berg was de dancing gevestigd en die leefde van de schepen in de haven. Dat viel je direct op door de neon reclame en het vele volk dat er rondliep. We duikelden er binnen en de ruimte was vrij groot. Alle tafeltjes waren bezet, maar rond de dansvloer stond ook nog een hele rij stoelen waar we plaats namen. Ik herinner me niet meer dat de muziek life was of niet. In ieder geval er was ambiance en het duurde niet lang of er zat een plaatselijke schone op mijne schoot. Ze keurde me van boven tot beneden en vroeg of ze iets mocht drinken. Ondanks mijn grote gestalte voor mijne ouderdom ( 1,92m) had ze toch door dat ik jong was. Chico en Honduras zaten links naast mij en waren in gesprek met enkele schonen terwijl de cabinboy's en de bakker en koksmaat de remmen hadden losgegooid op de dansvloer. Zij zaten al langer op zee en dat zag je aan het feit dat ze zich na 10 minuten overal thuis voelde, terwijl ik probeerde te verstaan wat dat lieve kind tegen mij aan het zeggen was. Buiten bambino verstond ik er geen zak van en een poging om in het Engels te beginnen, liep ook al op een sisser uit omdat Engels blijkbaar niet in haar opleiding had gezeten. Honduras had het in het snuitje dat ik met een communicatie probleem zat en de brave borst zou mij wel even ( van de kant in de sloot) helpen. Hij speelde even tolk en de kennismaking ging in rasse schreden vooruit. Intussen was ik aan mijn eerste lessen Spaans bezig. Datgene dat ze niet met handgebaren kon zeggen, vertaalde Honduras dan tegen mij en mijn antwoorden zei hij dan terug in mijn oor. Na ongeveer een half uurtje en enkele drankjes vroeg ik hem hoe je haar moest zeggen dat ik haar aantrekkelijk vond, en weer kreeg ik het antwoord in mijn oor gefluisterd. Terwijl ik perfect herhaalde wat ik gehoord had, zag ik haar gezicht vertrekken, kreeg een klap in mijn gezicht en stond zij op punt weg te gaan. Honduras en Chico bulderden het uit van het lachen en terwijl ze iets zeiden tegen het meisje begon ook zij te lachen. Zelf zat ik daar met een rode kaak en kon helemaal niet meer volgen. Ik had netjes tegen haar gezegd wat er mij voor gezegd was maar onze vriend Honduras had mij laten vertellen dat ik haar best mooi vond met haar varkenssnuit en kraaloogjes. Dat was dus de laatste vertaling die hij voor mij gedaan had en het meisje gaf me te kennen dat zij mij wel Spaans zou leren. Terwijl ze me verschillende woorden leerde ging ze zelf ook op onderzoek uit en hadden we Honduras of Chico niet meer nodig. Die avond heb ik een hele hoop geleerd en niet alleen Spaans.Intussen had iedereen gezelschap en het éne rondje volgde na het andere. De coebaliebres vloeide rijkelijk en de sfeer en mijn Spaans gingen erop vooruit. Het was tegen middernacht aan dat we met z'n allen de zaak verlieten, en buiten stonden een hele hoop Chilenen die ons drugs probeerden te slijten. Omdat we daar niet op reageerden werden ze zelfs opdringerig. Na een hevige reactie van mijn gezellin haalden ze toch bakzeil en lieten ze ons gerust. De taxi's stonden naast elkaar te wachten op klanten. De chauffeurs kwamen naar ons toe gestormd en aan de arm trekkend probeerden ze ons als klant te winnen. Na enkele minuten afdingen vonden we dan toch de nodige taxi's. Het waren oude sleuren van auto's die met moeite de berg op konden maar ze brachten ons waar we moesten zijn. Terwijl we het voertuig verlieten, spraken we een uur en een prijs af om ons te komen ophalen om ons terug aan boord te brengen. Om 6 uur zaten we met z'n allen op de steiger te wachten tot de taxiboot zou vertrekken. 's Morgens waren we om 07:15 uur terug aan boord en ondanks onze korte nacht moest de job gedaan worden. Bij ons middag eten ( ik at altijd samen met het keukenpersoneel en de stewards en cabineboy's aan de tweede tafel in mijn mess) kwamen de details boven water en hoe goed het wel was geweest. We zouden na de service nog een wandeling gaan maken aan de wal en vanavond eens vroeg gaan slapen. In de namiddag bleek er echter niks te beleven in Huasco, het lag er helemaal verlaten bij en alles wat iets kon verkopen was gesloten. Dit bleek dan de beruchte siësta te zijn die zijn aanvang nam op de middag en duurde tot 16 uur. Er bleef ons niets anders over dan er maar een toeristische uitstap van te maken, maar buiten een hoop gesloten huisjes en de bergen in de omgeving was er niets te zien. Tegen dat de siësta gedaan was, moesten wij ons werk ook weer hervatten en alles in gereedheid brengen voor de avondservice. Naarmate het later werd kwamen wij ook onze vermoeidheid door en voor we het wisten stonden we weer met zen allen netjes opgekleed aan de gangway om de beentjes weer te strekken. Zo ging dit 2 dagen en nachten door tot we weer het ruime sop kozen in de richting van Japan.


ZEE
De post van thuis was intussen al weeral gelezen en mijn brieven waren ook al weeral richting België verstuurd ( veel werk hadden ze niet met mijne post. In de havens werden verschillende dingen gewisseld zoals leesboeken en speelfilms, we hadden een soort van bibliotheek aan boord waar je hetzij beperkt toch wel kon kiezen uit verschillende onderwerpen. Als alles gezien was, werd de kist van boord gebracht en kwam er een nieuwe aan boord. De voorbereidingen voor de feestdagen werden genomen, het was immers bijna kerstmis. Terwijl de hitte onmenselijk was en we ons met alles en nog wat behielpen om toch een frisse bries te krijgen was ik een kerstboom aan het zetten. De mess werd helemaal versierd met slingers en kerstlampjes tegen het plafond. In mijn brief van 24 dec '71 schreef ik dat ik 2 overuren had gekregen voor de versiering en dat het 's avonds cinema zou zijn met onder de pauze een aperitiefje. De speelfilms werden gedraaid door de electrieker die dan eerst een hele opstelling kwam maken in de mess van de officieren en nadat iedereen had plaats genomen de voorstelling begon. Zo hebben we allemaal zitten kijken naar de musical van vier uur met Barbara Streisand. Met nieuwjaar voeren we langs de eilandengroep van Hawai en onze marco moest dubbel uit zijn pijp komen om de wenstelegrammen te versturen en te ontvangen. Omdat er geen rechtstreeks contact was met Oostende Radio moest alle berichtgeving via de Pomona naar Belgie en andersom.


WAKAYAMA 10/01/72
Onze aankomst in Wakayama was ook al speciaal, binnen de kortste keren was de smookroom volgepropt met elektronica vanuit die tijd. Radio's, tv's, aanstekers, kalenders en allerhande souvenirs, je kon het niet bedenken of het was er. 's Avonds werd alles terug opgeladen in de bestelwagen om terug te voeren naar de winkel. We waren aangemeerd aan de steenkoolkade en toen we s'avonds een stapje in de wereld gingen zetten volgden we op goed geluk iets wat op een straat leek. Na ongeveer 15 minuten kwamen we een woning tegen en we gingen daar de weg vragen, een man in kimono kwam open doen en hij sprak zoveel Engels als wij Japans (noegabolle dus). Met veel handgebaren probeerden we hem duidelijk te maken dat we een taxi zochten om naar de stad te rijden. Gelukkig had hij het begrepen maar voor hem zat er blijkbaar ook niet beters op dan ons te vergezellen tot op de grote baan (in kimono en op sleffers) en aldaar een taxi te laten stoppen. Na ongeveer weer een dikke 10 minuten bereikten we de grote baan en de eerste taxi stopte al juist nadat onze weldoener zijn hand op stak. Na een gesprek met de chauffeur vertrokken we dan richting city. We werden ergens afgezet temidden de stad aan een klein straatje vol neonverlichting. Hoe we er beland zijn, weet ik nu nog steeds niet maar op een gegeven moment hadden we een cafeetje gevonden waar we de rest van ons verblijf in Wakayama altijd naar toe zouden komen. Een goede zes meter breed met links een lange toog, rechts enkele tafeltjes en stoelen en achteraan nog een ruimte met een lage ronde tafel zonder stoelen. De oudere dame achter de toog die tevens de bazin bleek te zijn werd Mama Sang genoemd en de meisjes die er werkten bleken gezelschapsdames of geisha's te zijn. Zakenmannen kwamen in de achterste ruimte hun werk uit de voeten te doen terwijl hun eten gevoederd werd door een meisje. De koksmaat, cabinboy en ikzelf hadden onze stek gevonden, en na verslag uit te brengen aan boord ging zelfs onze wiper Chico en de bakker mee. We hadden voor alle veiligheid een luciferdoosje met de naam en het adres van Mama Sang erop meegenomen, zoals we ook van in het begin een papiertje hadden meegenomen met onze ligplaats. Taxi's die ons van de ene naar de andere plaats brachten, kregen of een papiertje of een luciferdoosje onder de neus geduwd. Om een lang verhaal kort te maken, voor ons was dit "de place to be", en het klikte zo goed met ons en de mensen daar dat na ons tweede bezoekje de deur achter ons op slot ging als we binnenkwamen. Chico had zijn hart achter de toog verloren en met de glimlach waste hij de glazen af en deelde vochtige doekjes uit aan de mensen die van de wc kwamen. Elke keer dat je van de wc kwam kreeg je een warm vochtig doekje om je handen te reinigen (bleek een traditie te zijn in Japan). Met de meisjes kwamen we nog het beste overeen nadat ze met de Japanse mannen gedaan hadden kwamen ze bij ons zitten. Taal problemen werden overwonnen met veel handgebaren, terwijl ze veelvuldig knikte met de nodige é's geluiden wisten we dat ze ons begrepen. We hielden ons vrij kalm, en we probeerden hun de naam van ons schip, onze naam en vanwaar we kwamen te zeggen. Dit nam op zich al een halve nacht in beslag en na veelvuldige rondjes ( van zowel Japanse als Belgische kant) begonnen we zelfs dubbel te wijzen. Toen we na enkele dagen geladen waren met steenkool vertrokken we de wijde zee weer op.


ZEE
Na enkele dagen wisten we dat we naar Vancouver in Canada gingen. Alle dagen werden in alle messrooms de klokken enkele minuten vooruit of achteruit gezet naargelang de positie van het schip om ons zo weinig mogelijk last te laten hebben van het tijdsverschil. Op 23 Januari kwamen we op zee de Minerale St. Laurent tegen, een ander schip van de UBEM. Terwijl we beiden een rondje draaiden werd er bij wijze van groet onze Belgische vlaggen gehesen. De Minerale moest ook naar Vancouver en beide schepen voeren op een afstand van 50m naast elkaar richting Canada. Intussen was het beginnen sneeuwen en op het dek lag een 3 cm dik tapijt.
VANCOUVER 27/01/72
In Canada moesten we nog van de 27 ste Januari tot de 3de Februari voor anker gaan want ondertussen was de afstand tussen ons zo groot geworden dat de Minerale St. Laurent achterop lag, en die kreeg voorrang op ons om te laden. Vancouver is een wereldstad en er heerste ook een hoge criminaliteit in de late of vroege uurtjes. Ze bestaat uit vijf delen die 1 a 2 km van elkaar liggen. Je hebt Vancouver Oost, West, Noord, Zuid en City. Op een dag waren we aan het wandelen niet zo ver van de haven toen we werden tegen gehouden door de politie. De sheriff vroeg ons wie we waren, wat we gingen doen en of we geld bij hadden. We legden hem uit dat we zeelui waren en iets wilden gaan drinken. Na controle van ons paspoort vroeg hij ons in zijn wagen te stappen want hij zou ons wel een lift geven. Iets verderop op de baan bevond zich een truckerscafé en daar ging hij met ons een koffie drinken. Het was er eentje zoals uit de Amerikaanse films en nadat we het eerste rondje betaald hadden verliet onze vriend de zaak (checken of we wel geld hadden?). Een biertje ging er ook wel in maar dat werd enkel gegeven bij eten, dus bestelde we maar french fries (frieten) tot het langs onze oren eruit kwam. Omdat we er enkele dagen lagen, was ook dit weer het plaatsje dat we veel bezochten. We leerden ook daar nieuwe mensen kennen zonder dat de deur achter ons op slot ging dit keer. Voor de rest hebben we ook nog de zoo bezocht in het Stanly Park en iets gaan eten in een restaurant en dat was het dan ( geen nachtelijke uitspattingen).


ZEE
Het was alles behalve rustig op zee. We hadden weer 4 dagen storm op onze nek Alles wat niet goed vast zat kwam los. De tweede nacht kwamen ze mij om 5uur wekken omdat er een reddingssloep losgeslagen was. Ik moest direct de matrozen wekken om de boel terug in orde te brengen. Telkens we de Fujiyama zagen, wisten we dat we weer bijna in Wakayama waren, hij toornde hoog boven het eiland uit en naargelang het weer kon je dan de besneeuwde bergtop zien.


WAKAYAMA 21/02/72
De volgende haven was terug Wakayama. 's Avonds netjes gewassen ( scheren moest ik me nog niet) met de nodige 4711 op onze kin terug de taxi in richting Mama Sang. Toen we de zaak betraden werden we met veel vreugde ontvangen, en ik hoorde Mama Sang zelfs onze naam zeggen. We namen we plaats op een kruk aan de toog terwijl we de nodige handjes moesten schudden van de aanwezige klanten. Blijkbaar waren die de vorige keer ook aanwezig want een brede glimlach en de buigingen maakten ons duidelijk dat ze ons kenden. Ditmaal hielden we het gewoon bij bier, want de saké was ons de vorige keer niet goed afgegaan rijstwater of niet. Terwijl één van de gheisha's in gezelschap was van een Japanner, kwam de andere bij ons zitten. Haar naam was Aiko (dit is ook de enige naam die ik me nog herinner), ze zat tussen de Fik en mij in en maakte ons duidelijk of we soms iets wilde eten. We bestelden nog wat bier en Aiko verliet de zaak om eten te halen terwijl we ondertussen ons bezig hielen met de stamgasten. Na ongeveer een kwartiertje was ze terug met ons maal, en zette zich terug tussen ons. Zonder een woord te wisselen begon ze ons te voederen zoals het ginder een traditie is, maar voor ons was het wel nieuw. Met stokjes en een servet eronder gaf ze zowel de Fik als ik eten, en het enigste wat we zelf moesten doen was kauwen en slikken. Na het eten en de nodige drank begon het al plezanter te worden, Het was weer een stuk in de nacht toen we weer in de taxi stapten richting kade. De dag daarop waren we weer van de partij.. Na vier dagen ( en nachten) van plezier en leute was het weer de hoogste tijd het zeegat te kiezen.


ZEE
Na vier dagen Japan te hebben verlaten in de richting van Australië was het 's avonds prachtig weer. Om 19:00h had ik gedaan met werken en om kwart na lag ik al in het zwembad te spartelen tot een uur of halfnegen. De vierde stuurman ging door het leven met de bijnaam OXO en omdat hij me moest laten wekken 's morgens had ik hem gevraagd mij te wekken om 4 uur, dan had ik nog even om een frisse duik te nemen. Hoe dichter we Australië naderden hoe heviger de zon scheen en omdat een van de matrozen een zonneslag had gekregen had de eerste stuurman de opdracht gegeven van de matrozen om 3 uur te wekken in plaats van 6 uur. Ze werkten dan tot 11 uur waarna ze vrij waren tot 15h en om 18h hadden ze gedaan met werken, dus ik moest nog vroeger uit mijne nest. Soms lagen we enkele dagen voor anker te wachten tot we konden aanmeren, en dan gingen we vissen. Tijdens de vrije uren in de dag gewoon met visdraad met een stevige haak en een stukje vlees, s'avonds lieten we een cluster (lamp) zakken tot op ongeveer een meter van het water. Na een beetje geduld zag je allerlei soorten vis naar de lamp toe zwemmen, en onze vislijn was natuurlijk ook niet ver uit de buurt. Zeeslangen, zeeschildpadden om u tegen te zeggen en allerlei vis in verschillende vormen die ik nog nooit gezien had passeerden de revue. De indrukwekkendste soort die er gevangen was, is een zeeslang van ongeveer anderhalvemeter en een zandhaai. Bij de zeeslang kwam onze bakker het achterdek op gelopen met een schuurborstel en al roepend attention dangereux ging hij het beestje te lijf met de borstel.


PORT HEDLAND 7/3/72
Toen we uiteindelijk tegen de kade lagen, gingen we een stapje in de wereld zetten. Veel stappen konden we niet want om 23h sloten alle cafés hun deuren. Port Hedland was eigelijk maar een klein stadje, op de gekende manier van de flying doctors en er was in de schroeiende hitte weinig te zien. Onderweg kwamen we een hamburgkotje tegen en de naam van de eigenaar wees erop dat hij van Duitse afkomst was net als de rest, want elke Australiër heeft wel een Europese origine behalve de aboriginals dan. We moesten niet zover lopen want op de grote baan rechtover het strand bevond zich een heuse dancing. Het golfplatendak rustte op palen en in het midden ervan was een grote dansvloer. 's Avonds speelde er een band de nummers van de Beatles, Rolling Stones en noem maar op. Er waren twee togen met achter elke toog een hele resem frigo's waar de bierkuipen koud gehouden werden. In de aangevroren kuipen van anderhalve liter werd het bier getapt en zo kon je zelf je glazen vullen en bleef het bier fris. Zoals overal in die landen werd na het laatste nummer het Engelse volkslied gespeeld en kon iedereen opkrassen. Als de laatste buiten was, liet men de ijzeren rolluiken zakken en kon iedereen slapen. Gewoonlijk zag je dan op weg naar het schip nog wel één of ander gevecht, want drinken zonder aflappen konden ze daar niet.'s Anderendaags na de middag gingen we met z'n allen nog iets drinken in onze stek want om 19:00h zouden we afvaren. Alle matrozen, stewards, cabinboy's, bakker, koksmaat, elektrieker, 2 machinisten, de vierde officier en ikzelf zaten weer met de gekoelde kruiken te genieten, terwijl het meer dan behoorlijk warm was. Om 21h kwam de marco ( radio-operator) aandraven, hij probeerde zo goed en kwaad mogelijk om ons mee te krijgen. Hij moest en zou eerst één meedrinken voor we zouden meegaan. Intussen hoorden we de scheepshoorn blazen klaar voor de afvaart, doch zonder marco mocht deze niet het ruime sop kiezen. Om ons mee te krijgen, dronk hij dan toch nog een glas mee maar veel van genoten had hij niet want binnen de kortste keren stonden er ongeveer 4 patrouille wagens voor de tent. Als vee zijn we dan naar het schip gedreven en kon de afvaart doorgaan. Dat onze ouwe er de pest in had zijn we toen wel gewaar geworden, want elk weekeind was het inspectie. Dat die er geen gras over liet groeien bewees het feit dat hij met witte handschoenen tussen de sleuven van de airco ging om te zien of er stof tussen zat. Nu moet je weten ik had 3 van die bakken in de mess hangen, 3 in de smookroom en één in mijn kajuit. En door die bakken kwam of koude of warme lucht die van buiten werd aangezogen. Terwijl heel die bak (schip) onder een laag mineraalstof van drie centimeter lag, moest ik maar zorgen dat er geen stof in de airco zat. Je zou meer succes hebben met een vis te leren praten dan het stof buiten te houden. Er was één troost ik was niet de enige die geviseerd werd, bijna iedereen aan boord.


ZEE
Intussen waren we weer de wijde oceaan op richting Kashima. Tijdens mijn vrije namiddag uren mocht ik mee het dek op om echt matrozenwerk te doen. Met ontbloot bovenlijf en een repel stof als zweetbandje rond mijn hoofd moest ik het dek tjippen ( een toestel met ronddraaiende hamertjes) en als je weet hoe metaal op metaal klinkt, kan ik je verzekeren dat mijn oren tuutten en niet omdat ze ergens over mij bezig waren. We begonnen op het foorpick (boegdek) en als alle roest eraf gestjipt was, werden de kale plekken met rode mening geschilderd. Nadien kwam de groene bovenlaag erop met de rol over de hele foorpick (boegdek). De reling moest van roest ontdaan worden door met kettingen overeentweer te trekken. De roest viel er af waarna er weer mening op kwam en nadien de witte eindlaag. Toen na enkele dagen het boegdek gedaan was, moesten we het poepdek (achterdek) doen. Als dat dan uiteindelijk ook gedaan was, konden we aan de rest beginnen. Na de laatste service zaten we weer bijeen in de kajuit van de cabinboy te luisteren naar Franstalige kleinkunst. Terwijl iedereen straffe verhalen over thuis en zijn lief had, moest ik inbinden. Tenslotte was ik al bij al nog een braaf manneke dat nog altijd met zijn ouders op vakantie ging naar Transinne, een dorpje in de Ardennen. In Ekeren waar we toen woonden had ik geen vrienden op twee schoolmakkers na en van de meisjes was ik als de dood. Ik had helemaal geen problemen met de vrouwen aan de wal in de vreemde, maar thuis begon ik rood aan te lopen als een meisje nog maar goedendag zei. Het enige straffe dat ik deed dat ik thuis was, was met geld zwieren en zuipen dat de stukken eraf vlogen. Dus ik hield me maar gedeisd en probeerde de schade te beperken door over mijn Waalse vrienden en onze uitstappen te vertellen. Er was niks van gelogen want ondanks dat ik redelijk braaf was reed ik auto en motor op 14 jarige leeftijd in de Ardennen, zelfs van de ene kroeg naar de andere. Op een ochtend zware controle. De ouwe met den éérste ( eerste stuurman) en een matroos doorzochten mijn kajuit, daarna kwamen de koksmaat en de cabinboy's ook aan de beurt. Bleek dat er een hoop schalen van de zg 18/8 gestolen waren en wij waren blijkbaar verdacht. Zo idioot waren we niet om op volle zee potten en schalen te stelen, waarom trouwens? Om over boord te gooien? . Nadien kwam de aap uit de mouw, we werden nog maar eens uitgenodigd bij de ouwe waar we te horen kregen dat ons haar te lang was en dat we elke avond samenhokten. We moesten in de eerste en beste haven naar de kapper want we leken wel janetten. 's Avonds grote vergadering want we waren in ons kruis gepakt. Op een en dezelfde dag beschuldigd worden van dief en janet was te veel van het goede, we zouden de ouwe een lesje leren. Dag daarop 06:30h de matroos van wacht kwam me wekken maar ondergetekende bleef liggen. 07:30h iedereen kwaad want niemand was gewekt door mij. 08:00h matroos van wacht aan mijn bed met de vraag waarom ik nog niet op was, als antwoord gaf ik hem dat half zeven geen uur was, en dat een janet graag in t'bed lag. 09:00h de ouwe aan mijn bed met dezelfde vraag, dus gaf ik hem hetzelfde antwoord een draaide me om in mijn bed. Rond 9:30 uur kregen we dan toch verontschuldigingen, ons haar moest er niet af en we waren geen janetten meer. Natuurlijk was ik niet de enige die blijven liggen was, want ook de keuken, mess officieren en de captains mess zaten zonder personeel.


KASHIMA 1/4/72
Japan, er werd wat verschoven onder de bemanning maar veel beter werd ik er niet op. Onze ouwe ging samen met de tweede machinist terug naar ons vaderland en onze nieuwe die we kregen had meer weg van een dictator. Je mag niet vergeten dat wij allemaal al gedurende 6 maanden onze werk deden zoals onze vorige ouwe het wou en nu kwam onze nieuwe heel ons werkschema eens efkens overhoop zetten.


ZEE
Het spreekwoord nieuwe bazen, nieuwe wetten werden wij wel gewaar en inspectie waar we vroeger weinig last van hadden (uitgezonderd die twee weken na Port Hedland) werd wekelijkse kost. Daar stond hij dan met witte handschoenen aan en ik moest hem op de voet volgen. Hij veegde dan over de deurrand, keek en knikte goedkeurend. Dan ging hij met zijn vinger tussen de rooster van onze airconditioning zag dat zijn handschoen vuil was en vroeg dan aan mij:" Wat is dit?" Met mijn antwoord dat we net de haven verlaten hadden en we de smeerlapperij van buiten binnen kregen omdat alles nog in de aanzuig zat bleek geen invloed te hebben op zijn mening. Hij nam een notitie boekje en krabbelde er wat in. So what? Ging hij me naar huis sturen misschien?

PORT HEDLAND 11/4/72
Op een middag gingen we ( de bakker, cabinboy, koksmaat en ik) winkelen in het plaatselijk winkelcentrum, het was de moment om inkopen te doen die er aan boord niet waren. Onze bakker kocht zich een bak bier, waarvan de verpakking bestond uit karton, dit om het verhaal te kunnen volgen. Onderweg stopten we ergens om nog iets te gaan drinken op een terrasje. Nadat we iets later vertrokken in de richting van de kade hoorden we achter ons geroep en getier. Er volgde een discussie van jewelste met een groepje van de plaatselijke bevolking. We werden beschuldigd van het stelen van hun bak bier terwijl we zagen dat ze zelf toch ook een bak hadden. Van het één kwam het ander en er volgde een gevecht in regel, waarbij de bakker met zijn bak boven zijn hoofd rond zwaaide en op één van de aanvallers zijn hersenpan sloeg. Plots klonk het geluid van brekend glas en dat kon niet want de bakker had blikjes gekocht, en zijn eerste woorden waren het is niet mijne bak. Terwijl hij stond te kijken naar het bier dat uit de karntonnendoos op de grond vloeide escaleerde het gevecht, en kwam de sheriff zich bemoeien. Met twee wagens ter plaatse moesten de bakker en de koksmaat de jail in samen met enkele heetgebakerde tegenstanders, terwijl wij de raad kregen om zonder omweg aan boord te gaan. Aan boord ging het leven zonder bakker en koksmaat gewoon door, maar het bleef aan me knagen en ik vond heel de arrestatie onterecht. Na het werk 's avonds gingen we maar terug aan wal richting dancing, waar het onderwerp van het gesprek de arrestatie van onze vrienden was. Naarmate het bier vloeide, rijpte er bij mij ook een plan om te pogen onze vrienden uit den bak te klappen. Rond 22:00h met veel ingedronken moed begaf ik mij samen met de cabinboy naar het politiebureel om eens een klapke te doen. Het politiebureel was niet zover van ons vandaan en bestond uit een gebouw met een verdiep. Onderaan tussen de steunpalen stonden de patrouillewagens en iets later zou ik kunnen kennis maken met de achterbouw. Een grote man in piekfijn uniform stond met gekruiste armen te kijken tussen de wagens hoe we er kwamen aangedweild. Terwijl ik eerst deftig begon over de arrestatie van onze vrienden probeerde de vriendelijke man ons af te wimpelen. Toen begon ik mijn argumenten wat kracht bij te zetten door uit te leggen hoe de vechtpartij eigelijk begonnen was. Terwijl ik hem lichtjes duwde om te laten zien hoe onze tegenstanders begonnen waren en met de nodige uitleg dat ( en ik nam zijn hemd) ze de koksmaat zijn hemd open scheurde, mocht ik, terwijl zijn hemdsknopen op de grond rolden, hardhandig mee naar het arrestatielokaal. Dat lokaal bleek een klein kamertje te zijn met een toogje, en terwijl ik er op leunde en probeerde een verklaring te geven voor mijn gedrag werden de papieren in orde gemaakt, naam, adres, naam schip etc Ik moest mijn zakken leegmaken en er werden vingerafdrukken genomen. Tenslotte moest ik nog een document ondertekenen en konden ze me de doos in draaien. Nadat ik het document getekend had, bleek een heel deel van de brave man zijn administratie om zeep, omdat ik op de toog had geleund met mijn onderarm op het stempelkussen bleek zowat alles waar ik op geleund had vol inkt te hangen inclusief een hoopje papieren. Onder een luid gevloek werd ik dan over de koer achter het gebouw naar mijn logement gebracht. Het cellenblok was gewoon een gebouw in twee delen links voor de mannen en rechts voor de vrouwen. De voorkant was afgesloten met tralies en binnenin waren nog eens 6 cellen die men apart kon afsluiten en waar onze belagers opgesloten zaten. Nadat ik een matras toegewezen kreeg en na het weerzien van men vrienden, kwam de aap uit de mouw. Heel dit gebeuren berustte op een misverstand want onze tegenstanders bleken op hetzelfde terrasje ook iets gedronken te hebben en zij hadden wel een bak met flesjes gekocht. Bij het vertrek moet de bakker hun bak genomen hebben waarna ze erachter kwamen dat er een omwisseling gebeurd was. Omdat we niet reageerden op hun geroep en we het platte Australisch niet machtig waren, volgde het gevecht ter verovering van hun eigendom. Nog even deed ik dan mijn verhaal van gesprongen knopen tot stempelkussen en legde me dan op de grond om te genieten van een rustige nacht vol gesnurk gekuch en gezucht.'s Morgens werden we gewekt door een hels lawaai. Een sheriff stond met een pollepel en een pot in het midden van de koer te rammelen of zijn leven er van af hing. Iedereen die nog op zijn matras lag, sprong op en rolde die op tegen de tralies van de binnencellen, terwijl ik daar nog mee bezig was spoot een enorme waterstraal de ruimte proper. Onze wekker zijn collega's hanteerden de brandweerslang als volleerde brandweerlieden en ook de vrouwenblok ontsnapte niet aan hun kunnen. Dwaas keek ik rond mij terwijl één der agenten een resem broden door de tralies aangaf. Aan de muur die de vrouwen van de mannen scheidden was een echt aanrecht gemetst met vuur en al. De houtblokken brandden gretig en de eerste eitjes werden gebakken in een grote pan, mijne kop stond er niet naar en ik heb het ontbijt maar overgeslagen. Op onze vraag om de kapitein van onze situatie op de hoogte te brengen kregen we als antwoord dat deze het al wist maar er voor de rest in berustte. Nog een poging om het consulaat in te schakelen bleek ook negatief. Hier zaten we proper. Na wat socialysen met de plaatselijke boeven over het waarom ze vast zaten, werden we na de middag uit de cel gehaald en in een politiebusje naar de rechtbank gevoerd een stad verderop. In de rechtszaal schrok ik me een hoedje want ik dacht in een film van Peter Pan te zijn terechtgekomen. De rechter zat in zijn zwarte toga op zijn verhoog inclusief met witte pruik, en las de beschuldiging voor die voor ons drie dezelfde was NL openbare dronkenschap en geweldpleging. De sheriff die naast ons stond fungeerde als onze verdediger en deed heel het verhaal. Uitspraak 4 dollar boete en een 1 maand voorwaardelijk met uitstel. Op de terugweg vertelde de agent ons dat dit snelrecht was omdat we aan boord niet gemist konden worden en dat ons het eerstvolgend jaar best gedeisd konden houden. Bij aankomst in het politie bureel kregen we onze spullen terug en waren we vrij. Intussen was het al in de vroege avond en in plaats van aan boord te gaan, gingen we eerst nog wat drinken in de dancing waar gezien het vroege uur nog geen orkest zat. We zetten ons aan een tafel met een gekoelde kruik bier en wie kwam er aangewaaid? Een collega bajesklant die ook net het pension mocht verlaten. Hij zat nogal krap en wou me best zijn horloge wel verkopen voor 5 dollar. Het leek me een goede deal want het was een automatiek met chronometer. De five box verhuisde snel van broekzak en ik was weer bij de tijd. Eenmaal aan boord werden we uitgenodigd bij den ouwe (kapitein) want ondanks het feit dat hij ons had laten stikken was hij toch wakker gebleven tot we veilig aan boord waren. Na een fikse bolwassing met het dreigement van de zak (ontslag) en op eigen kosten de vliegreis te betalen gingen we gedwee naar onze kajuit. De volgende ochtend ging alles z'n gewone gangetje met wat commentaar van de boots en de matrozen.


ZEE
In een brief van 17 April '72 schrijf ik dat we misschien naar Wakayama zouden gaan en van daar misschien naar Peru, maar voor ons was dit allemaal van horen zeggen. En werd veel verteld, zelfs dat we nadien misschien terug naar Rotterdam gingen. Ik was ook de Japanse taal aan het leren en was fier dat ik in het Japans al een taxi kon bestellen. Ta ku schi po you de ku da sai dat wou zoveel zeggen als kunt u een taxi voor mij bellen? Maar voor zover ik weet is er voor de rest niet veel van in huis gekomen. Intussen was ik ook aan het corresponderen met ome Leo. Ome Leo was een broer van mijn grootmoeder die jaren geleden geemigreerd was naar Australië. De familie had er eigelijk geen kontact meer mee, maar sinds mijn schrijven begon dat terug te lopen als een trein. Hij schreef me dat ik hem maar eens moest komen opzoeken als ik in Port Hedland was, want dat was (slechts) 300km bij hem vandaan. Helaas heb ik de kans nooit gehad om dat waar te maken, maar de band was wel een heel stuk aangetrokken.


WAKAYAMA 21/04/72
Weer aan dek voor de stand-by. Het schip tegen de kade leggen werd voor mij routine en iedereen wist perfect wat hij moest doen . De ivinglinen werpen was ook een sport op zich. Een ivingline was een koord met op het uiteinde een gevlochten bol die gevuld was met een zakje zand, het had de grote van twee biljartballen. In bepaalde landen moest je goed uitkijken als de ivingline terug geworpen werd, want er waren kerels bij die gooiden om te raken. Gewoonlijk gebeurde dit nadat we per ongeluk ( hmm) een auto geraakt hadden op de kade. De Spanjaarden waren in ieder geval bedreven in het mikken en ik heb er veel zien weg duiken.
Iedere keer weer kwam onze vriend weer aangezeuld met zijn koopwaar en hij toverde mijn smookroom iedere keer weer om tot een makro. We kenden ondertussen elkaar zo goed dat onder de middag er ook wel wat eten af kon. Als tegen prestatie kreeg ik dan een aansteker of wat korting op zijn prijzen, wat me ertoe dreef om een draadloze microfoon te kopen. Hij werkte op batterijen en op de FM frequentie van een gewone radio. Die dingen zijn nu de normaalste zaak maar toen in de tijd was er hier nog geen sprake van.'s Avonds was het weer tijd om te stappen en het ging steevast naar de richting van Mama Sang.


ZEE
De sfeer in de haloway benedendeks was altijd hetzelfde. De eerste dagen na het vertrek uit een haven waren om 19 uur alle kajuiten gesloten en sliep zowat iedereen, maar na de tweede dag hoorde je terug leven tussen het monotoon geluid van de scheepsmotor. De Spanjaarden waren altijd bezig met brieven schrijven, muziek luisteren of de kajuit kuisen want proper waren ze wel ( behalve op het gemak). Hun kajuit was altijd kraakproper en dan zaten ze gewoonlijk in short met ontbloot bovenlijf naar olé muziek te luisteren. Regelmatig hoorde je ze dan ook paizano tegen elkaar roepen wat niet minder betekende dan landgenoot. Na enkele dagen op zee begon ik mijn nieuwe speelgoed ( de draadloze microfoon) moe te worden, het nieuw was er af en na enkele tijd had ik die al eens bij wijze van grap in de één of de andere zijn kajuit gelegd. Het geronk van de scheepsmotoren en het gekraak van een korte golfontvanger waren mijn eerste gekaapte uitzending. Nadat ik dan een wandeling met mijn ontvanger had gemaakt over het hele schip kwam ik te weten dat dat ding toch wel een vrij lange afstand overbrugde en er rijpte een nieuw plan. 's Avonds prutste ik de kop eraf en demonteerde mijn microfoon. Er zaten twee batterijen in, een printplaatje met enkele componenten met daaraan een draad (antenne) en de microfoon zelf. Wat zou dat ding nu doen als ik de microfoonkop er af liet en de twee draadjes zou verbinden met mijn platenspeler? De platenspeler was een kleine combinatie van radio en platenspeler en na wat gepruts kamen de eerste noten door de radio. De eerste vrije radio was geboren "Radio Temse Internationaal" en vanuit mijn kajuit werden de eerste muziekuitzendingen de ether in gestuurd. Het nieuws ging als een lopend vuurtje en als ik in de lucht zat stonden alle transistorradio's aan boord steevast op Radio Temse. Veel werd er niet gezegd want het was allemaal zo praktisch in elkaar gezet dat er met knoppen moest geswitcht worden om de microfoon te gebruiken. Zelfs tijdens mijn werk moest ik soms na 20 minuten naar beneden om de plaat om te draaien, maar zoals ik al zei het was zeer amateuristisch en zonder regelmaat dat ik toen in de lucht zat. Waar ik wel goed op lette was dat als we een haven binnenliepen de uitzendingen gestaakt werden, om te voorkomen dat we een of andere instantie op onze nek zouden krijgen. In ieder geval ging dat ding met mij overal mee op welk schip ik ook zou belanden.


KASHIMA 23/04/72
Zoals in elke haven trouwens kwam de stuurman langs met de geldlijst. Dat was de lijst waarop de namen van de bemanning stonden en waar ze moesten opzetten hoeveel van de plaatselijke valuta ze wilden. In dit geval was het yen en de koers was toen geloof ik 7 yen voor één Belgische frank. Deze lijst werd dan aan de scheepsagent meegegeven en tegen dat we goed en wel aan de kade lagen, volgde de uitbetaling waarna je de lijst moest aftekenen voor ontvangst.
In de dag tijdens onze vrije uurtjes gingen we wat wandelen in de stad.
Er was juist een bruiloft bezig en dat was mooi om zien, prachtige gekleurde gewaden en een bruid die je niet herkende onder de dikke laag witte smink en opgestoken kapsel. Het was in de traditionele klederdracht met het nodige vuurwerk en tromgeroffel. Nadien zijn we ergens iets gaan eten maar dat bleek dan ook weer niet zo simpel te zijn. De uitgestalde gerechten hadden helemaal niets met onze voeding te maken en je kon er zelfs geen naam op plakken.
Je zag veel maar wist niet wat het was, wit, rood, roze en een soort van slaatje, na wat gewijs van dat wil ik en de rekening hebben we HET dan maar opgegeten.


ZEE
Op zee was ook de locker zegelvrij en konden we naar hartelust dingen bestellen waar we behoefte aan hadden. Meestal ging het over sigaretten, afther shave , zeep, shampo etc. De heren officieren mochten dan nog sterke drank bestellen alles tax free. Om een voorbeeld te geven: een pakje sigaretten kostte ons toen 7 frank. Als we geladen waren, lagen we ook een pak dieper in het water en regelmatig was ik dan ook door de geopende patrijspoort naar buiten aan het turen, terwijl op 15 cm onder mij de golven voorbij zoefden met de blauwe vlammetjes erin van de statische elektriciteit. De patrijspoort draaide naar links open en moest je dicht doen met twee vleugelvijzen. Het stormluik echter was een blinddeksel dat aan een ketting omhoog hing. Bij extreem zwaar weer moest je de patrijspoort goed aandraaien, het stormluik naar beneden laten en deze ook nog eens met twee vleugelmoeren aandraaien zodat als het glas toch moest breken het blinddeksel zou voorkomen dat je water binnen kreeg. Als men op de brug wist dat het zou gaan rammelen dan werden we verwittigd en moest één der matrozen de benedendekse kajuiten inspecteren en zien of alles goed aangedraaid was. Op een avond was ik gaan slapen met mijn deur op de hendel dat was een beugel die de deur 10cm openhield en als je de deur op slot draaide kon ook de beugel er niet uit. De patrijspoort had ik open gelaten want het was weer een van de vele keren dat de airco niet werkt. Doordat mijn patrijspoort open stond en de deur op de hendel waaide een zwoele bries door mijn kajuit. Na enkele uren van diepe slaap werd ik met een klap wakker. Versuft stak ik het licht aan en keek verdwaasd rond, alles dreef in mijn kajuit. Goed en wel tot het besef gekomen wat het was, volgde de tweede golf door mijn patrijspoort binnen. Zo snel ik kon, wipte ik mijn bed uit en deed de patrijspoort dicht. Na de vijzen goed aangedraaid te hebben, kon ik mijn kajuit beginnen droog te maken. Na een uurtje dweilen kon ik dan toch uiteindelijk terug m'n nest in. Aanleiding tot deze gebeurtenis was het draaien van de wind wat maakte dat de golven van de zijkant kwamen in plaats van van voor. In plaats van te stampen begon het schip te rollen en dat maakte dat we natuurlijk nog dieper het water ingingen met de romp. Nu mijn patrijspoort dicht was, was het net of ik een wasmachine in de kajuit had staan. De afstand tussen de patrijspoort en de scheepsromp bedroeg ongeveer 6 cm en omdat het schip in beweging was, maakte het water een draaiende beweging tegen het glas en dat was niet éénmaal maar kon dagen aanslepen. De paar keer dat we echt onze stormluiken moesten dicht doen waren de moeite. Alles wat maar los stond, schoof of vloog dan door de kajuit. Moet je niet vragen hoe het bij de ouwe en zijn gevolg er aan toe ging. Hun kajuit was een pak hoger gelegen dan de onze en de bewegingen boven waren erger dan beneden. Toen het weer dag was en de oceaan iets kalmer was geworden, besloot ik een stapje aan dek te wagen. Aan de achterkant van het dek had je twee deuren en een trap omhoog naar het achterdek. De (storm)deuren waren gesloten, de één gaf toegang tot de traphall en de tweede naar een of andere locker waar de trossen in opgeslagen waren. Om binnen te gaan moest je via een opstapje omdat het deurgat ovaal was maar aangezien deze door het zware weer gesloten waren, had ik besloten om via het achterdek te gaan. Toen ik op het dek gelijk met de voorkant van het kasteel stond te kijken, boorde de Temse zich in het water. Terwijl de foorpick (boeg) zich helemaal in het water boorde, voelde je de schokken van de daarop komende golven die te pletter sloegen op de golfbrekers van het dek. Na een drie of viertal schokken richtte ze zich weer helemaal uit het water op, waarbij het water over het dek naar achter stroomde. We hebben het hier over een lengte van bijna 300m dus tegen dat het water van de voorkant naar achteren was, was het ongeveer 30cm diep. Ik spoedde me naar de stormdeur en ging op het opstapje staan terwijl ik me aan de zware deurhendels vasthield om droge voeten te houden. Terwijl ik daar op dat opstapje stond, zag ik het water steeds stijgen. Ik had mijn uitstap slecht geplant. Alles gebeurde binnen enkele seconden, ondergetekende stond daar op dat opstapje, water kwam naar achter gerold, water kon niet weg omdat dat plaatsje een inham was en ik voelde het water aan mijn knieën, rug, nek en tenslotte zat ik helemaal onder water. Ik hield mij met ingehouden adem krampachtig vast aan de deurhendels terwijl het water dan toch gedeeltelijk terug in zee stroomde en een ander deel terug naar voor stroomde ( want hij boorde zich weer in de golven). Dit had maar enkele seconden geduurd maar ondergetekende had zijn les voor de toekomst wel geleerd. In een wip en een knip stond ik terug op het achterdek, had de stormdeur achter m'n gat dicht gegooid en stond te druppen in de traphal. Op zo'n moment is er altijd wel iemand die zoiets in het snuitje heeft. Terwijl ik me probeerde mooi te praten met het excuus dat ik dacht dat de matrozen buiten bezig waren en ik ze wou gaan roepen voor de koffie time kreeg ik een ferme bolwassing van de boots. Daarna mocht ik me gaan omkleden. Natuurlijk waren er geen matrozen met zwaar weer buiten bezig maar ik moest toch iets verzinnen om mijn stommiteit te verdoezelen.


PORT DAMPIER 02/05/72
De haven in Nieuw Zeeland bestond uit een aanlegsteiger in de vorm van een T waar slechts één schip kon liggen. Terwijl wij voor anker lagen te wachten tot de douane en de scheepsagent het administratieve gedeelte uit de doeken deden, lagen de slepers op enkele meters van ons te dobberen. De bemanning daarvan zat zich onledig te vervelen en de pelikanen te koeioneren. Ze sneden vissen in twee, maakte de twee helften met een koordje van een halve meter aan elkaar vast en wierpen die in het water. De pelikanen vlogen er als gek op af slokten de vis op en hingen dan aan elkaar vast. Met veel gefladder kwam dan toch de ene of andere pelikaan vrij terwijl die gasten zaten te brullen van het lachen. Wij zaten geamuseerd toe te kijken nadat we de trossen hadden klaargelegd en wachtten op de stand-by. In verhouding tot de andere havens zouden we er maar 2 dagen verblijven. Aan de wal ben ik daar niet geweest want het leek er gene vette en ook al omdat de Engelse cultuur heerstte, was ik wel wat voorzichtiger geworden. De tweede dag, iets na de middag, was ik met de afwas bezig toen heel het schip begon te daveren. Dit zou de eerste keer zijn dat ze proef draaiden terwijl we nog vast lagen. Toen ik op het achterdek aankwam om te kijken of er schroefwater was, zag ik iedereen van de steiger weg hollen. Het water kabbelde enorm en we konden er kop of staart aan krijgen wat er precies gaande was. De machinisten waren ook al uit hun lood geslagen, zij voelden het gedaver maar al hun meters stonden op nul behalve die van de turbines dan want die zorgden voor elektriciteit en warm water. Nadien bleek het om een aardbeving te gaan. Het was dus daarom dat de dokwerkers het wereldrecord lange afstand probeerden te verbeteren. Het was daar maar een saaie bedoening en we brachten de meeste vrije tijd door op het achterdek met een vislijntje. Luiken dicht, stand-by en wij terug weg in de richting van onze Japanse vrienden.


ZEE
Op zee alles rustig dit maal en zowel de matrozen als ik zelf waren nog altijd bezig met de rode mening en de groene deklaag. Intussen was er van de roestbak die we betraden in Rotterdam niet veel meer over, de relingen zagen mooi wit en het dek had een mooie groene graskleur. Eerst hadden we zoals je weet het foorpick (boegdek) gedaan met daarna de poep (achterdek), intussen waren we bezig met het tussendek ( tussen de boeg en de poep) en het kasteel moest ook nog gebeuren, dat terwijl op de boeg alweer de eerste roestvorming begon. Gedaan met op de handdoek te liggen of te spelen in het zwembad, alle dagen stonden er overuren op het dek op het menu. Fik onze koksmaat krijgt geen post meer van zijn lief en hij denkt het ergste, de kok zijn vrouw is gaan lopen met een Engelsman. Ze heeft de auto en de huissleutels aan de kok zijn vader gaan afgeven en het via hem laten weten. De Robert (lichtmatroos) zijn lief heeft het ook afgezegd in een brief en de Michel (matroos derde klas) zijn verloofde heeft geschreven dat hij ook terug naar huis moet komen.


WAKAYAMA 13/05/27
Nadat we goed en wel vastlagen was er onze vriend weer met heel zijne winkel, en mijn smookroom was helemaal weer in zijn handen. We waren onderhand al wel voorzien van radio's tot tv's, maar iedere keer had hij wel een nieuwigheidje bij. De matrozen waren intussen bezig op dek de luiken te openen. De luiken werden opengetrokken door een waaier op een winch. Die waaier rustte op palen met een wiel, die ervoor zorgde dat de waaier over de opengeschoven luiken hing, omdat men slechts over één winch beschikte om de luiken te openen. De waaier hing dan van paal naar paal in slappe toestand over dek of op een van de geopende luiken. Terwijl de matroos net de waaier had vastgemaakt en rechtop staand de andere matroos teken deed om het luik open te trekken, was er een of andere Japanse dokwerker met zijn voeten op de waaier gaan staan. Terwijl de matroos nogal heftig aan de hendel van de winch trok spande de waaier zich razendsnel op tussen de palen. De dokwerker werd in de lucht geslingerd en kwam in het dokwater terecht. Binnen de kortste keren hadden ze hem uit het water gevist en met een ziekenwagen naar het hospitaal gevoerd. In de dag ging alles zoals altijd met dat verschil dat zo nu en dan iemand al eens een dagje verlof nam om aan wal te blijven.'s Avonds was er voor ons slechts één adres: Mama Sang.


ZEE
Terug de zee op. We dachten dat we eindelijk Peru zouden aandoen maar na een paar dagen bleek het ons vertrouwde Huasco te zijn. Dat zouden weer twee zware nachten worden van coebaliebres en gedurende twee dagen geen slaap. 's Avonds stond ik op het achterdek naar de duisternis te staren. In de donkere hemel zag je hier en daar een vallende ster en in het schroefwater zag je de blauwe vlammen van de statische elektriciteit. We vierden feest, waarom weet ik niet meer maar er werd op geen frank gezien. Er was een constructie gemaakt om via de winch een speenvarken te laten ronddraaien op een houtskool vuur. Met het nodige bier en sterke drank kwam de moed erin. Op een gegeven moment zaten we allemaal op stoelen in een cirkel rond het varken, de kok gaf het beestje de nodige saus en wij allemaal zingen "schele vanderlinden". Het liedje van schele vanderlinden was eigenlijk een refrein waar iedereen op toer een stroof moest invullen waarna de ganse bende de stroof herhaalde. Zo hoorde je bv: schele vandelinden was nog maar twee jaar ( den heel de bende: twee jaar) en op zijn kloten had hem al ne bos met haar ( dan weer heel de bende) en dan het refrein. Er werden natuurlijk niet alleen schunnige liedjes gezongen maar ook de nodige zeemansliedjes. Hoe bruiner het varken hoe zatter de opvarenden, en ditmaal waren het niet de matrozen want heel de crew zat er, inclusief onze ouwe. Dit waren van die momenten waar we toen alleen maar blij waren dat we een feestje hadden, maar nu heb ik zoiets van " waar is de tijd". Als je op een beperkte plaats van 300m bij 37m gedurende bijna 7 maanden op elkanders lip zit zonder elkaar af te maken, kun je spreken van vriendschap. Er werden nog wel poetsen gebakken, maar als de nood het hoogst was, stond iedereen als één man achter je.


HUASCO 09/06/72
Weer twee dolle dagen in het vooruitzicht. Eerst even op anker om de paperassen in orde te brengen. Scheepsagent, douane, haveninspecteur en de dokter, ze waren er allemaal en de nodige flessen whisky gingen de boekentassen in. De scheepsagent kwam alles uit de doeken doen in verband met de rederij. De douane kwamen de locker verzegelen en kijken of we geen smokkelwaar bij hadden ( pornografie of sterke drank). De haveninspecteur kwam de monsterrol inspecteren en schreef samen met de dokter de walpasjes uit. De dokter zat in de kapitein zijn bureel en liet iedereen één voor één binnen komen. Je moest de bovenkant van je handen laten zien en dan de binnenkant. Daarna de broek laten zakken, leuter omhoog houden, velleke achteruit en dan was het ok. In elke haven die we aandeden moesten we trouwens onze broek laten zakken in de captains office. Paske in onze pollen, geld gaan halen en we konden weer op de rol. Er was altijd wel iemand die moest werken, 's nachts om de trossen te checken, eventueel een luik te sluiten en voorkomen dat er vreemden in het kasteel zaten. Je hebt pech of niet maar ik was watchman van dienst. Het kasteel werd afgesloten met slechts één toegangsdeur open. Dat moest voorkomen dat onze dokwerkers zich te goed zouden doen aan onze welvaart. Aan boord in de matrozenmess bevond zich ook de "marinero" een soort politie of douaneagent die er moest op toezien dat er geen vrouwen werden binnen gesmokkeld of de locale dokwerkers zich geen toegang tot het kasteel verschaften. Hij verbleef heel de tijd aan boord en kreeg van ons te eten en te drinken. Terwijl mijn kameraden zich te goed deden aan bier en ontucht zat ik naar die stomme trossen te kijken. Gelukkig was het maar voor één nacht anders zou ik nog ineens niet van mijn geld af geraken. Het was een eindje lopen naar de foorpick om ook daar de winchen en trossen te controleren, zo ging de tijd dan toch beter voorbij. Als de shift eindelijk teneinde was ging ik eten en kroop in mijn bed, het was ongeveer 8 uur. De matrozen moesten die dag hun plan maar trekken in de mess en dat ze dat goed konden zag je aan de afwas die ze achterlieten nadien. Goed uitgeslapen vertrok ik dan in de vroege avond met mijn vrienden aan de wal. Mijn Spaans was er op vooruit gegaan en ik waagde zelfs een dansje. Buiten wat met mijn kont draaien en de armen zwieren was het gene vette maar ik viel niet op tussen heel die hoop.
Nadat we in de ochtend weer aan boord werden afgeleverd (na betaling) door onze taxiboot konden we terug aan de slag. Tegen de avond zouden we terug afvaren en konden enkelen onder ons weer een paar dagen tot rust komen.


ZEE
Weer heel rustig de eerste dagen. Alle kajuiten gesloten rond 19 uur en buiten het geronk van de scheepsmotor was het muisstil. Tijdens de dag stond ik nu ook meer en meer aan dek om mee te werken. Mijn stille hoop was toch nog een bevordering tot lichtmatroos in de wacht te slepen. De ouwe was wel autoritair maar toch niet zo slecht, ik begon hem zelfs te mogen. We kregen weer ander weer want ik lag weer op en neer te glijden in mijn bed, tijd om de patrijspoort te sluiten. 's Morgens werd ik gewekt door een raar gebonk in de haloway. Ik sprong uit mijn bed en stond met mijn voeten in het water. Toen ik in de haloway keek zag, ik op het einde een juffer drijven en die bonkte tegen de lichtmatroos zijn kajuit. Tijdens het rollen bonkte die van bakboord naar stuurboordzijde en toen die sukkelaar zijn deur opende dreef de juffer binnen. Snel alle kajuiten nagezien, maar er stond geen patrijspoort open. Bleek dat het water van de trappen kwam, dus wij naar boven. Ja inderdaad de deur waar ik me een hele tijd geleden aan vasthield om niet te verdrinken stond open en het water dat aan over dek sloeg donderde zo de traphal in. Iedereen was nu toch al wakker van het kabaal, dus zat er niets anders op de boel maar droog te maken. In de loop van de dag werd ik nog even uitgenodigd bij onze ouwe op het hoogste verdiep. Hij probeerde me te doen geloven dat het mijn schuld was, want ik had de deur laten openstaan. 'k Was er verdomme nog niet geweest die avond. Ik liet hem terwijl ik ontkende maar in zijn wijsheid en spoedde me terug naar beneden. Tijdens de dag begon de zee te kalmeren en konden de matrozen hun werk hervatten aan dek. Toen kwam plots het bericht dat we met z'n allen zouden afmonsteren met uitzondering van onze ouwe. Alle playmates gingen van de muur en de valiezen werden ingeladen, er restten ons nog maar enkele dagen te gaan. Iedereen aan boord keek nu uit naar het vertrek naar België.


WAKAYAMA 05/07/72
Het was zover, onze laatste stand-by op de Temse. Zelfs de matrozen probeerden eens niks te raken als ze de ivingline naar de wal wierpen. Toen we uiteindelijk aangemeerd lagen en de luiken open waren gingen we naar de douches om ons op het vertrek voor te bereiden. Eenmaal gepakt en gezakt zetten we alles in de mess in afwachting van onze nieuwe crew.
Uiteindelijk kwam er een bus de kade opgereden. De nieuwe bemanning stapte uit en wij stapten erin.

JAPAN-BRUSSEL
De rit bracht ons eerst naar Osaka waar we instapten voor een vliegreis naar Tokyo. Daar was het overstappen op de vlucht naar Kopenhagen vanwaar we weer een vlucht namen naar Brussel. Eenmaal in Brussel aangekomen moesten we natuurlijk de douane voorbij op de luchthaven. Er was geen grote controle en je zag die mannen kijken op een manier van " wanneer zit er mijn shift op" tot ze mij in het vizier kregen. Met een grote sporttas, valies en een grote kartonnen doos met SONY op, wenkten ze me van even aan de balie te komen en vroegen mij waar ik vandaan kwam. Mijn antwoord was eerlijk "Japan" en omdat er geen vlucht vandaar was moest ik uitleggen hoe ik op het vliegtuig van Kopenhagen kwam. Dus ik deed heel het verhaaltje dat we zeemannen waren en in Japan afgemonsterd waren. De tweede douane maakte dat hij voor de balie stond en deed teken dat alle passagiers van die vlucht achter elkaar moesten gaan staan voor controle. In Wakayama had ik mijn voorzorgen al genomen, want van mijn platenspeler waren enkele knoppen verwijderd en over het deksel had ik tape geplakt alsof het deksel gescheurd was. Met mijn versterker en bijbehorende boxen echter had ik dat niet aan gedaan, waarschijnlijk omdat het de eerste quadrofonische versterker in Belgie was, ik kon moeilijk doen alsof ik die van thuis meegenomen had. Daar moest op betaald worden en omdat ik geen geld bij me had, ben ik nog eens kunnen terug komen om te betalen en dan pas kreeg ik de installatie mee. Gedurende de hele vlucht had ik geen oog dicht gedaan, en toen we in Brussel de bus opgingen voor Antwerpen was mijn pijp uit. Toch namen we nog uitgebreid afscheid van elkaar en spraken we de hoop uit van eens samen te werken. Op de boulevard nam ik een taxi naar de Paardenmarkt waar mijn moeder werkte. Het eerste wat die zei toen ik na 7 maanden en 10 dagen binnen kwam in rubberen botten was:" Ge gaat toch naar de coiffeur, gij" Het feit dat ik intussen rubberen botten had moeten kopen omdat al mijn schoenen versleten waren en ze in Japan mijn maat (46) niet hadden, deed ze niks, maar mijn haar tot over mijn schouders dat kon niet.

Nadien volgden nog de ms Frubel Prinses Paola, ms Breugel, ms Montalto, ms Frubel Oceania, ms Turandot, de ER Scaldia, ms Frubel Asia, Ms Teniers.
Uiteindelijk na alle heisa in Lobito (strijd om de machtovername) resulteerde dit in een rechtszaak met de rederij CMB waarna ik in beroep ben vrijgesproken. Dit gaf samen met het feit dat ik een meisje had leren kennen de doorslag om te stoppen.
Electronica en zenden hebben mij na al die jaren blijven achtervolgen tot ik na de goude periode van vrije radio mijn zendvergunning behaald heb in Brussel en er nog altijd een beetje radioroom aanwezig is in mijn huis.


Rudi,