Hoe het allemaal begon

door  Bogaert Etienne

 

December 1962 Hoe het allemaal begon!!!

Ik had in het jaar 1961 mijn A3 diploma gehaald in Oostende. Dat was in die tijd een luxe waar mijn ouders voor gespaard hadden om hun jongste een stiel te laten leren. De meesten van mijn ouderdom moesten het werk aan pakken aan veertien jaar. Na hier en daar gewerkt te hebben in een fabriek en in een garage aan dertien frank, vijf en zeventig per uur begreep ik toen al dat alledaags werk niet voor mij was.

 Ik was een dromer, las veel boeken en droomde van avontuur en verre reizen. Ik stamde af van een familie van seizoen arbeiders, keiharde mensen die hun geld uit Frankrijk haalden en er beestenwerk verrichten.

Op een dag had ik de gelegenheid om met ons vader naar Frankrijk te trekken voor een seizoen van twaalf weken in een cichorei drogerij  en dat zat in mijn bloed, we verdienden veel geld, het was beesten werk maar het was avontuurlijk en kei hard. Niet tegen staande ik nog maar tussen de zestien en zeventien jaar was had ik de kracht waar veel volwassenen stonden van te kijken. Ik was struis gebouwd en kon afzien als de beesten

Bij onze thuiskomst had moeder beslist dat ik een paar maanden aan den dop mocht blijven daar we toch goed verdient hadden. Ik ging me dus aan vanaf de eerste dag in de werkbeurs zoals ze dat dan noemden, en tijdens het wachten kwam de rosten Delahaye binnen die zich ook moest aanmelden en ik vertelde hem dat ik naar Frankrijk geweest was met mijn vader. De rosten was zonder werk gevallen, en zei dat hij waarschijnlijk ging gaan varen, en dat zijn moeder reeds een dikke trui had gebreid tegen hij op zee was. Ik geloofde mijn oren niet en vroeg hem waar ik daarvoor moest zijn, wel in Antwerpen pochte de rosten, ik zal het adres opschrijven. Waar die dat vandaan gehaald had wist ik veel maar hij krabbelde het adres op een stuk papier van de pool der zeelieden suikerrui Antwerpen.

Nog dezelfde dag schreef ik een brief aan de Pool der zeelieden om te vragen of ze geen werk hadden voor mij. Veel hoop had ik er niet op want de rosten kon liegen dat hij het zelf geloofde. Voor ene keer dat hij de waarheid gesproken had moest ik hem wel geloven, want enkele dagen later plofte een  antwoord in de bus met papieren die ik moest invullen en dat ik zelfs kon vertrekken als assistent mecanicien doordat ik een A3 diploma had. Ik had alles gedaan zonder dat er iemand iets van wist en zeker ons moeder niet maar dan kwam ineens de kat op de koord, mijn ouders moesten tekenen omdat ik nog zo jong was en ik was wel verplicht ze van mijn plannen op de hoogte te brengen.

Dagenlang is er daarvan gezaagd geweest en tekenen niets van. Op zee gaan ons vader zei dat het allemaal crapul was die op de schepen zat en ons moeder dacht dat ze mij gingen doodslaan want dat volk zei ze deed niets anders dan vechten ondereen en zat er niet mee in iemand dood te steken, tot mijn grote geluk de champetter George Onraedt met papieren bij ons thuis moest zijn, en er juist weer oorlog aan de gang was en ons vader hem zei zie dat daar eens zitten, dat zou willen op zee gaan!!!De champetter antwoordde hem dat als ik daar goesting voor had, hij dat niet mocht weigeren, dat was een stiel zoals een ander en dat hij zelfs een zeeman in de familie had. Ik kon de champetter wel om de hals vliegen voor zijn wijze woorden, en vloekend zei ons vader ineens waar is dat papier en tekende met de woorden dat hij zijn plan trekt en ons moeder ook dat ik het maar moest weten dat ik daar wel op mijn manneke zou komen!! Met een knipoog verliet de champetter het huis en ik ben hem eeuwig dankbaar gebleven!!Ons moeder wilde wel alles doen behalve me geld geven.

Ik moest naar Antwerpen om de rest van de paperassen af te werken, maar ik had wat geld opzij gezet dat niemand wist en zo kon ik de trein betalen en in Antwerpen was alles te voet want geld voor een taxi had ik niet!! Het ongeluk was nog dat ik zo slecht het Antwerps dialect verstond want ik kwam van Beerst een boeren dorpje opzij van Diksmuide en het omgekeerde was ook zo. Wanneer ik in mijn West Vlaams begon te babbelen verstonden ze er daar geen snars van. Nu van de Pool zonden ze mij naar CMB op de St.Kattelijne vest was dat volgens ik me nog herinner, en ik geraakte daar met veel vragen tot in het juiste bureel, met zeekaarten aan de muur en bemanningslijsten. Na aangeklopt te hebben, riep een stem in het Frans entree, en voor mij zat een pieferke van een ventje, ik geloof dat het Mijnheer Lebrun was zijn naam, en ik hem vroeg of hij geen werk had voor mij, en na wat geschrijf zei het pieferke in gebroken Vlaams dat ik mocht beginnen Bijwerk (bijwerken). Bijwerken antwoordde ik hem, nog nooit van gehoord en waar moet ik zijn was de vraag voor dat werk? Et ben komen bijwerk op de scheep van de compangie CMB. Hij keek naar mij als een uil toen ik hem vroeg waar die schepen van de CMB lagen, wel maandag gij moet zijn op kaai 214 om negen uur om te komen bijwerk. Veel was ik er niet mee geholpen maar ik wist toch al iets, en Antwerpen was zo groot en de schepen lagen overal welke waren dat, nu ik maakte me nog niet veel zorgen ik zou wel de weg vragen de maandag morgen!!

Toen ik thuis kwam en bekend maakte aan ons moeder dat ik werk gevonden had veranderde de toon al helemaal want werk betekende geld verdienen en dat verzachte ons moeder haar karakter. Tijdens het weekend werd de valies klaar gemaakt en daar ik met de eerste trein uit Diksmuide niet in  Antwerpen kon geraken en om negen uur op mijn werk zijn, vertrok ik maar met de laatste trein uit Diksmuide richting Brussel en dan naar Antwerpen!! Ik arriveerde in het Centraal Station omstreeks middernacht, en daar stond ik dan, in Antwerpen midden in de nacht, niet weten waar naartoe, en de winter van 1962 naar1963 was streng en bar koud. Een taxi chauffeur die me zag rond draaien vroeg of ik ergens naartoe moest en ik zei dat ik plaats zocht om te slapen. De brave man antwoordde maar manneke toch wat doet gij hier midden in de nacht nog op straat, ge zijd zeker een zeeman, en ik knikte van ja, kom maar mee zei hij ik voer u naar Stella Maris dat is niet ver van het rattekot. Ik weet niet meer hoe ik er binnen ben geraakt maar in ieder geval lag ik dank aan de taxi chauffeur binnen de kortste keren in een warm bed en met de belofte dat ze mij op tijd zouden roepen en een taxi bellen om tegen negen uur op kaai 214 te zijn. Ik had toch wat geld meegekregen van ons moeder niet te veel  maar genoeg voor te overleven.

De maandag morgen kwamen ze mij vroeg porren zoals dat in zeemans termen heet, en ik deed met grote manieren een taxi opbellen en weg was ik naar kaai 214 waar ik algauw de weg gevonden had en ik moest gaan helpen op een villeboot dat waren in de tijd de Congo boten van CMB, het eerste was dat ik bijna de machiene kamer niet vond en verstomd stond van de grote er van en allemaal verdiep op en af en tijdens de middagpauze geraakte ik bijna niet eruit. Ik moest er helpen met de shoregangers dat waren onder houd ploegen aan de wal, allemaal oude zeemannen die er wel hun plezier in hadden met iemand zijn voeten te rammelen, maar ik beet van me af en algauw had ik er de naam van goede werker maar een beetje een rare!! Om terug te komen naar mijn eerste dag keek ik s’avonds hoeveel geld ik nog had en een taxi kon er niet meer vanaf, er liep nachthans een bus ieder kwartier maar ik heb dat drie à vier weken gedaan die afstand van de kleine tunnel naar de kaai 214 te voet tot er iemand zei, hoe neemt ge de 31 niet die rijd tot aan het centraal station, ik was nog te dom dat ik daar de bus nam!!Nu na mijn eerste werkdag kwam ik terug in Stella Maris en de garcon die natuurlijk zag dat ik een groentje was zei tegen mij, dat is hier veel te kostelijk jong ge zult dat niet kunnen betalen om hier te blijven, ik zal een bellen naar een goedkopere plaats en hij stuurde mij aan de uitgang van de grote tunnel naar een café ik geloof dat het de Casino hete, en ik kon er blijven slapen tot vaste klanten terug kwamen dat waren bouwvakkers die thuis waren wegens de barre winter!! Toen ik weer moest verhuizen hadden ze eerst gebeld naar de Stad Gent als ik daar kon slapen bij Fons en Fien en dat is jaren mijn vaste stek geweest, ik wil maar zeggen ze lieten niemand aan zijn lot over.

Dat bijwerken is me lang bijgebleven, ik paste mij vlug aan, en doolde s’avonds door Antwerpen langs de kaai aan het steen en in de hoeren buurt de burggracht, geld had ik niet want ik heb eens een week moeten overleven op water en brood ik had die week juist genoeg om alle dagen een brood te kopen en mijn kamer te betalen. Het schippers kwartier en de stations straat ben ik ook veel op verkenning geweest om alles af te muizen, had mijn moeder dat geweten kreeg ze zeker een hartinfarct dat mens.

Na zeven weken bijwerken had ik eindelijk een schip een mo boot zoals ze dat noemden het noemde de Moëro en mijn eerste reis was een Congo reis van twee maanden en half. Toen ik aan boord kwam kreeg ik een kleine smalle kajuit met kleerkast en een lavabotje en ik was reeds overgelukkig dat ik van straat was en ik ben beginnen varen aan zesduizend frank per maand en achtentwintig frank voor een overuur. Dat was op mijn jonge leeftijd veel geld want een lasser had in die tijd in de west Vlaanderen achtentwintig frank per uur.

Het was in de namiddag rond vier uur toen het stand by was en nog wat flink getoeter ging het schip van de kaai. Ik weet nog goed bij het avondeten zat ik in overal in de mess en de tweede machinist kwam binnen en ik vloog al direct buiten, eerst gaan wassen en proper kleren aan en dan komen eten gromde hij, ge zit hier in de mess officieren, geen overals hier. Ik viel voor de zoveelste keer uit de lucht en trok snel andere kleren aan en het is meer dan veertig jaar geleden maar ik herinner me nog als eerste gerecht was het toost met sardines en ik durfde het niet opeten tot die zwarte steward het wegnam en dacht dat ik het niet moest hebben, ik had nog nooit van een eerste pla gehoord want bij ons moeder en bijna nergens bestond dat niet. Soep en pap kende ik maar geen eerste pla!!!

Nu ik heb me er snel aan aangepast kan een boek schrijven over mijn eerste reis met de beruchte kapitein Vermeulen en als eerste machinist Jules Kees in die tijd ge kent voor twee van de grootste smeerlappen van de Belgische vloot. Toch ben ik meer dan twee jaar op de Moëro gebleven en had in de volgende vijf jaar de Leopoldville de Breughel de Elisabethville en de Lukalla tot ik bij Esso ben beland en op hun tankers ben beginnen varen!!!----Dat is de historie van hoe ik naar zee en in Antwerpen ben beland, het was hard maar ik heb er goed volk ontmoet keiharde werkers met een gouden hart en vriendschap, hetgeen ik aan de wal nooit heb terug gevonden, en wie zijn dromen niet naloopt zou beter als plant leven!!!

Etienne Bogaert