Navigatie op zee

door  Frans Verhoeven

Wil men de grootcirkel volgen,dan moet de koers telkens na een bepaald aantal graden worden veranderd, hetgeen echter slechts een eenvoudige berekening vergt.






De Tijd aan boord



           De ZeeKaart

Iedereen heeft op zijn jacht of boot wel een GPS staan.

Electronische toestellen zijn mooi zolang ze niet stuk gaan,maar als op een zeeschip zo'n toestel het laat afweten moeten zij het schip veilig kunnen op bestemming brengen met hun navigatiekunsten

Brug simulator 

 

Studenten in de kaartkamer




Seinvlaggen en hun betekenis



 

Deze gegevens zijn overgenomen uit het cursusboek kustnavigatie.

Met toelating van uitgeverij Hollandia B.V

Antwoorden

1/ De kimspiegel

2/ Groter

3/ Kleiner

4/ Nee,er moet nog een kompaspeiling van objecten uitgevoerd worden.

5/ In de formule voor afstandsbepaling van objecten die deels van achter 

de kim liggen moet in de noemer een factor van de gemeten hoek afgetrokken

worden.

6/ 3,03Zm.

Orkaannavigatie.
Navigatie die ten doel heeft de gevaarlijke sectoren van een orkaan te mijden.

Bij het ontwijken van tropische orkanen en diepe depressies van de gematigde luchtstreken moet genavigeerd worden naar de conclusies uit eigen waarnemingen;getekende weerkaarten gebaseerd op ontvangen weerraporten van andere schepen ;weerberichten en stormwaarschuwingen van de walstations.Als deze erop wijzen dat een in ontwikkeling zijnde storing nog ver verwijderd is ,zal het vrij eenvoudig zijn om het stormveld te mijden.

Uit de eerste waarnemingen is nog niets op te maken omtrent de intensiteit,afmetingen,windkracht,toestand van de zee en deining nabij het centrum van het stormveld.Het is evenwel goede zeemanschap om,varende in orkaangebieden,tijdens betreffende seizoen elke storing als gevaarlijk te beschouwen zolang het tegendeel niet is vastgesteld.

Geven walberichten nog geen waarschuwing maar is uit eigen waarnemingen op te maken dat men dicht bij een gebied is dat door een cyclonale storing word bestreken,dan zal er snel moeten worden gehandeld.Aan de hand van meteorologische waarnemingen van uur tot uur moet men trachten vast te stellen:1 peiling van de afstand van het centrum:2 de richting van de baan waarin het centrum zich beweegt en de snelheid van beweging:3 aan welke zijde van de baan het schip zich bevind en in welk kwadrant.

Een stilligende waarnemer op N.BR.die zich rechts van de baan bevind zal,bij overtrekken van het stormveld, de wind rechtsom zien veranderen. Dan bevind hij zich in de gevaarlijke helft en het schip zal in het voorkwadrant naar de baan toe worden gedreven. Op Z.BR. is de linkerhelft gevaarlijk en de wind zal voor hem links om draaien, waardoor het schip eveneens naar de baan toe word gevoerd. Heeft men enige zekerheid verkregen omtrent de positie van het schip t.o.v. de baan, dan moet getracht worden zich zo snel mogelijk daarvan en van het centrum te verwijderen, eventueel weg te blijven van, of te ontsnappen uit de gevaarlijke helft. In de gevaarlijke kwadranten zal men tegen wind en zee op moeten stomen, op N.BR. met de wind 3 streken van voor op stuurboord en op Z.BR. 3 streken op bakboordboeg. Aldus koersend zal het achterlijker worden van de wind een aanwijzing zijn dat het stormcentrum achter het schip langs trekt. Heeft men vrij grote zekerheid omtrent plaats, koers en snelheid van het centrum, dan zal men , rekening houdend met eigen te lopen vaart, soms voor het centrum over trachten te komen naar de minder gevaarlijke helft. Men moet dan zekerheid hebben, niet door de orkaan overvallen te worden en dieper in het storgebied te raken.

Is ontwijken niet meer mogelijk tengevolge van gebrek aan zeeruimte door nabijgelegen land, ondiepten of andere gevaren, dan zal de storm afgereden moeten worden. Men moet dan gaan bijliggen met de kop van het centrum af; iedere vooruitgang brengt het schip dan verder van de baan af naar veiliger omstandigheden.

In de niet gevaarlijke helft (linker op N.BR.en rechter op Z.BR.) koerst men zo snel mogelijk van de baan af; op N.BR. met de wind op ca 3streken op stuurboord van achteren in. Vaart men achter de orkaan aan, dan is het zaak te zorgen dat men het centrum niet op loopt. Men zal gaan bijliggen en afwachten tot het centrum ver genoeg is verwijderd alvorens weer op te stomen. Men moet ten alle tijden windrichting en barometerstanden blijven waarnemen. De baan kan ombuigen, kan een lus maken. Ongunstige wijzigingen kunnen een oorspronkelijk goed manoeuvre ongedaan maken en tot mislukking brengen.

Meteorologische atlassen van de desbetreffend zeegebieden verschaffen de gegevens over wervelstormen, de   plaats en tijd van onstaan , normale barometerstanden, windrichting en kracht. Afwijking daarvan, toestand van wind,zee en bewolking kunnen wijzen op de ontwikkeling van cyclonale storingen.

Een link naar een site waar men niet alleen schepen kan volgen maar ook orkanen.

http://www.sailwx.info/shiptrack/shiplocations.phtml