Navigatie op zee
door Frans Verhoeven
Zonder zeekaart is de navigatie eigenlijk onmogelijk.Het is daarom van belang dat de navigator weet welke eigenschappen een zeekaart
heeft, hoe hij ermee om moet gaan en welke informatie de zeekaart hem te bieden heeft.
De aarde is een ietwat afgeplatte bol.Deze bol voert in 365 1/4 dagen een ellipsvormige beweging om de zon uit.De aardas,de lijn die van noordpool tot zuidpool
loopt, staat enigszins scheef ten opzichte van de baan die de aarde om de zon beschrijft.
Wanneer wij boven op de aardbol kijken is de draaibeweging van de aarde om zijn as tegengesteld aan de wijzers van de klok.Daarom komt de zon in het oosten op en gaat in het westen weer
onder. De aarde heeft een trouwe begeleider in de maan,een hemellichaam dat kleiner is dan de aarde en in ongeveer 27 dagen om de aardbol draait.
Voor de plaatsbepaling is over de aarde een netwerk gelegd dat gevormd word door meridianen en parallellen.

De meridianen zijn halve cirkels die van pool tot pool lopen en daar bij elkaar komen.
De nul- meridiaan(de meridiaan die over Greenwich loopt) is de lijn die de aardbol in twee helften verdeelt: het westelijk en het oostelijk
halfrond. Aangezien een cirkel in 360° is verdeeld,kunnen we vanuit deze scheidingslijn tellen tot 180°westerlengte(WL) en 180° oosterlengte (OL.,ook wel E East . loodrecht op de meridianen staan de cirkels die evenwijdig aan de evenaar lopen:de parallellen.
De evenaar is één van die parallellen en tevens de
grootste : hij deelt de aarde op in twee delen,het noordelijk en zuidelijk halfrond.
De positie van een plaats op aarde wordt door zijn lengte en breedte aangegeven en wel in graden (°) en minuten (').
De breedte wordt vanaf de evenaar geteld,de lengte vanaf de
nul- meridiaan : de noordpool is 90° NB en de zuidpool is 90° ZB.Een graad word onderverdeeld in 60 minuten en een minuut in 60 seconden('').Zo schrijven we 52 graden ,59 minuten en 30 seconden als volgt:52°59'30''.Overigens laat men in vele nautische
publikaties de seconden weg en geeft daar voor tienden van minuten:52°59,5'.
Zoals bekend is de nautische afstandsmaat de zeemijl.De lengte ervan bedraagt 1852 meter,een wat merkwaardig
getal, zo op het eerste gezicht.We zullen laten zien hoe men daar aan komt.De kortste afstand tussen twee punten op een bol en dus ook op de aardbol is een lijn die deel uitmaakt van een grootcirkel.Een grootcirkel is een cirkel die de bol in precies twee gelijke delen verdeelt.
Van belang is dat één minuut van zo'n grootcirkel 1852 meter lang is.Dat is gemakkelijk na te rekenen:de aardomtrek bedraagt 40.000 kilometer.40.000 kilometer is verdeelt over 360 x 60 = 21.600
minuten. Een minuut is dus 40.000 gedeelt door 21.600=1,852 Km.
We kunnen nu ook inzien waarom we bij het werken in de zeekaart de afstanden langs de staande rand moeten afpassen.De staande rand stelt namelijk een meridiaan voor en is verdeeld in graden en
minuten. Elke minuut staat voor een zeemijl.
Om deze reden worden afstanden in zeemijlen ook als 'minuten'genoteert:de afstand tussen Dover en Ijmuiden is
158. Bij grote oceaan reizen wordt wel gebruik gemaakt van zgn,grootcirkel routes:dat zijn de kortste routes.
In de europese wateren houden we geen rekening met de bekorting die de grootcirkelroutes opleveren,daarvoor zijn de afstanden hier te klein.Wij volgen loxodromen,dat zijn koersen waarbij met alle meridianen dezelfde hoek gemaakt
wordt, dit in tegenstelling tot de grootcirkelroutes.
Loxodroom
Loxodroom, lijn op de aardbol, die alle meridianen onder eenzelfde hoek snijdt en theoretisch dus nimmer de pool bereikt,maar in steeds nauwere windingen er omheen
draait.
Hoewel op de aardbol de kortste afstand tussen twee punten een cirkelboog is,wordt gebruik gemaakt van de loxodroom,omdat hierbij steeds eenzelfde koers kan worden gevolgd (koers en verheidsrekening),terwijl bij een grootcirkel de koers steeds verandert.In praktijk kan bij het volgen van een grootcirkel het verloop daarvan worden benaderd door een groot aantal stukjes loxodroom.
Grootcirkel
Grootcirkel, de snijlijn van een vlak door het middelpunt van een bol met het boloppervlak.
De kortste afstand tussen twee punten op het oppervlak van een bol is de afstand gemeten langs de grootcirkel door die twee punten.In de zeevaartkunde maakt men van deze eigenschap gebruik bij het zg. grootcirkelvaren,d.i. het varen van het ene punt naar het andere langs de grootcirkel door deze twee punten,hetgeen een aanmerkelijke bekorting kan betekenen ten opzichte van het varen langs de LOXODROOM,vooral als begin en eindpunt op hoge gelijknamige breedte liggen en tevens een groot lengteverschil hebben.
Wil men de grootcirkel volgen,dan moet de koers telkens na een bepaald aantal graden worden veranderd, hetgeen echter slechts een eenvoudige berekening vergt.

De Tijd aan boord

Het is middag op een plaats wanneer daar de zon zijn hoogste stand heeft
bereikt. Wanneer de de zon in greenwich op zijn hoogst staat,is het daar 12.00 uur,Greenwich Mean Time:GMT.
Het woord Mean'(gemiddeld)is toegevoegd om dat de aarde niet met een constante snelheid
draait en de zon dus niet altijd precies om 12.00 uur zijn hoogste stand in Greenwich zal bereiken. Aangezien de aarde in 24 uur ronddraait zal de zon een uur eerder zijn hoogste stand bereiken op 15° oosterlengte en een uur later op 15°
westerlengte. Twee meridianen die 15° in lengte verschillen,hebben een tijdsverschil van één uur. Dit is begrijpelijk indien we bedenken dat de aardomtrek 360° bedraagt: 360° gedeeld door 24 levert de genoemde 15 graden
op. De aarde is dan ook verdeeld in 24 tijdzones,die elk 15 lengtegraden bestrijken.
Engeland ligt in tijdzone 0,die zich uitstrekt van 7 1/2° westerlengte tot 7 1/2° oosterlengte.In ons land zijn de klokken geregeld naar de tijd in Greenwich.
Als het in Greenwich 12.00 uur is (middag) is het in die hele tijdzone 12.00 uur.
Meestal gebruikt men de term UTC(universel time coordinated).
Toch is die klok in vele landen niet in overeenstemming met de tijdzone waarin ze gelegen
zijn, landen als bijvoorbeeld Nederland, Belgié en Frankrijk volgen de tijd van zone
1. In onze zone loopt de klok 1 uur voor op de klok in zone 0. De tijdzone - 1 word de midden Europese tijd (MET) genoemd.
Die benaming komt goed overeen met het gebied waar de zon inderdaad 1 uur eerder zijn hoogste stand bereikt,namelijk langs de meridiaan die over midden Europa loopt.
Middagbestek
De positie van het schip te 12 uur ware lokale tijd.
Meestal word het middagbestek verkregen door een hoogtemeting van de zon zo kort mogelijk voor de middag,doch met een azimutaal verschil van minstens 35° met de middag.
Wanneer de zon haar grootste hoogte heeft,wordt die weer gemeten.Hieruit verkrijgt men de geografische breedte op de ware
middag. De hoogtelijn die men uit de eerste zonswaarneming heeft verkregen,wordt verzeild naar het tijdstip van de tweede waarneming.(d.i. 12 uur ware tijd aan boord).Dit geeft de geografische lengte op de middagbreedte,dus het bestek op de middag.
Vanzelfsprekend kan het middagbestek ook verkregen worden uit peilingen van kenbare punten,of uit hoogtewaarnemingen van de zon en
maan, Venus en jupiter ongeveer op de ware middag.
Hierdoor word de onzekerheid die in de verzeiling ligt besloten ,opgeheven. Het behoud gedurende het laatste etmaal wordt altijd genomen van middagbestek tot middagbestek.
Voor 1925 liet men aan boord de nieuwe datum ingaan op de ware middag,dus niet te middernacht.Dit noemt men de zeevaartkundige datum.Het middagbestek stamt uit de tijd van 'breedte-navigatie,toen een bepaling van geografische lengte,buiten zicht van land nog niet mogelijk was.Het is niet alleen uit traditie blijven bestaan,doch ook uit de goede gewoonte
om, indien mogelijk, eens per etmaal en wel op de ware middag,de positie te bepalen.
Azimut
Azimut,de hoek tussen het vlak van de hemelmeridiaan en het verticaalvlak van een hemellichaam;of de boog van de horizon gemeten vanaf het
noorden (of het zuiden) tot het voetpunt van het verticaalvlak van het
hemellichaam; of populairder gezegd de kompasrichting waarin een hemellicht zich,gezien vanuit een bepaalde plaats,op een bepaald tijdstip bevindt.
Het azimut wordt aan boord herhaaldelijk berekend met het doel door vergelijking van berekend azimut met eigen peiling van het hemellicht de miswijzing van het kompas vast te stellen;de richting te bepalen van een zojuist geschoten
hemellicht, teneinde een hoogtelijn in de kaart te construeren; soms het bepalen van de richting van een ster teneinde deze aan het (bijv,gedeeltelijk bewolkte) firmament te kunnen determineren.
Azimut en hoogte vormen twee coordinaten waardoor de plaats van het hemellicht aan het firmament van de waarnemer is bepaald.
Kaart Grote Oceaan

De ZeeKaart

De zeekaart is een afbeelding van een deel van de aardbol in het platte vlak.Deze afbeelding brengt allerlij vervormingen met zich mee.Nu daar valt mee te leven zolang aan twee eisen is voldaan.
De kaart is hoekgetrouw,dat wil zeggen dat de hoek die we tussen twee landmerken meten overeen komt met de hoek die we op de kaart meten.
De koerslijn snijdt de meridianen op de kaart onder de zelfde hoek:een gestrekte koers moet op de kaart ook een rechte lijn zijn.
Om aan bovenstaande eisen te voldoen hebben we een kaart nodig met meridianen die evenals de parallellen als rechte ,evenwijdige lijnen getrokken zijn.
De parallellen maken dan een hoek van 90° met de meridianen.De op de bol naar elkaar toelopende meridianen worden in het platte vlak van de zeekaart uit elkaar getrokken zodat overal langs de
meridiaan een koers onder dezelfde hoek ingetekend kan worden.
Link naar een site om afstanden te berekenen op aarde.
http://users.pandora.be/tree/wrakken/noordzee/distances.html
Daar we nu in modernere tijden leven en alles tegenwoordig gedaan word via computer en GPS navigatie ga ik ook niet
verder uitbreiden over deze astronomische navigatie.
Iedereen heeft op zijn jacht of boot wel een GPS staan.
Electronische toestellen zijn mooi zolang ze niet stuk gaan,maar als op een zeeschip zo'n toestel het laat afweten moeten zij het schip veilig kunnen op bestemming brengen met hun navigatiekunsten
Brug simulator

Studenten in de kaartkamer

Seinvlaggen en hun betekenis


![]()
Deze gegevens zijn overgenomen uit het cursusboek kustnavigatie.
Met toelating van uitgeverij Hollandia B.V






Antwoorden
1/ De kimspiegel
2/ Groter
3/ Kleiner
4/ Nee,er moet nog een kompaspeiling van objecten uitgevoerd worden.
5/ In de formule voor afstandsbepaling van objecten die deels van achter
de kim liggen moet in de noemer een factor van de gemeten hoek afgetrokken
worden.
6/ 3,03Zm.
![]()
Orkaannavigatie.
Navigatie die ten doel heeft de gevaarlijke sectoren van een orkaan te mijden.
Bij het ontwijken van tropische orkanen en diepe depressies van de gematigde luchtstreken moet genavigeerd worden naar de conclusies uit eigen waarnemingen;getekende weerkaarten gebaseerd op ontvangen weerraporten van andere schepen ;weerberichten en stormwaarschuwingen van de walstations.Als deze erop wijzen dat een in ontwikkeling zijnde storing nog ver verwijderd is ,zal het vrij eenvoudig zijn om het stormveld te mijden.
Uit de eerste waarnemingen is nog niets op te maken omtrent de intensiteit,afmetingen,windkracht,toestand van de zee en deining nabij het centrum van het stormveld.Het is evenwel goede zeemanschap om,varende in orkaangebieden,tijdens betreffende seizoen elke storing als gevaarlijk te beschouwen zolang het tegendeel niet is vastgesteld.
Geven walberichten nog geen waarschuwing maar is uit eigen waarnemingen op te maken dat men dicht bij een gebied is dat door een cyclonale storing word bestreken,dan zal er snel moeten worden gehandeld.Aan de hand van meteorologische waarnemingen van uur tot uur moet men trachten vast te stellen:1 peiling van de afstand van het centrum:2 de richting van de baan waarin het centrum zich beweegt en de snelheid van beweging:3 aan welke zijde van de baan het schip zich bevind en in welk kwadrant.

Een stilligende waarnemer op N.BR.die zich rechts van de baan bevind zal,bij overtrekken van het stormveld, de wind rechtsom zien veranderen. Dan bevind hij zich in de gevaarlijke helft en het schip zal in het voorkwadrant naar de baan toe worden gedreven. Op Z.BR. is de linkerhelft gevaarlijk en de wind zal voor hem links om draaien, waardoor het schip eveneens naar de baan toe word gevoerd. Heeft men enige zekerheid verkregen omtrent de positie van het schip t.o.v. de baan, dan moet getracht worden zich zo snel mogelijk daarvan en van het centrum te verwijderen, eventueel weg te blijven van, of te ontsnappen uit de gevaarlijke helft. In de gevaarlijke kwadranten zal men tegen wind en zee op moeten stomen, op N.BR. met de wind 3 streken van voor op stuurboord en op Z.BR. 3 streken op bakboordboeg. Aldus koersend zal het achterlijker worden van de wind een aanwijzing zijn dat het stormcentrum achter het schip langs trekt. Heeft men vrij grote zekerheid omtrent plaats, koers en snelheid van het centrum, dan zal men , rekening houdend met eigen te lopen vaart, soms voor het centrum over trachten te komen naar de minder gevaarlijke helft. Men moet dan zekerheid hebben, niet door de orkaan overvallen te worden en dieper in het storgebied te raken.
Is ontwijken niet meer mogelijk tengevolge van gebrek aan zeeruimte door nabijgelegen land, ondiepten of andere gevaren, dan zal de storm afgereden moeten worden. Men moet dan gaan bijliggen met de kop van het centrum af; iedere vooruitgang brengt het schip dan verder van de baan af naar veiliger omstandigheden.
In de niet gevaarlijke helft (linker op N.BR.en rechter op Z.BR.) koerst men zo snel mogelijk van de baan af; op N.BR. met de wind op ca 3streken op stuurboord van achteren in. Vaart men achter de orkaan aan, dan is het zaak te zorgen dat men het centrum niet op loopt. Men zal gaan bijliggen en afwachten tot het centrum ver genoeg is verwijderd alvorens weer op te stomen. Men moet ten alle tijden windrichting en barometerstanden blijven waarnemen. De baan kan ombuigen, kan een lus maken. Ongunstige wijzigingen kunnen een oorspronkelijk goed manoeuvre ongedaan maken en tot mislukking brengen.

Meteorologische atlassen van de desbetreffend zeegebieden verschaffen de gegevens over wervelstormen, de plaats en tijd van onstaan , normale barometerstanden, windrichting en kracht. Afwijking daarvan, toestand van wind,zee en bewolking kunnen wijzen op de ontwikkeling van cyclonale storingen.
Een link naar een site waar men niet alleen schepen kan volgen maar ook orkanen.
http://www.sailwx.info/shiptrack/shiplocations.phtml